Van: Fractiekamer GrienLinks [grienlinks@sis.fryslan.nl]
Verzonden: donderdag 6 maart 2008 22:51
Aan: 'Bles, T van de'; 'Theo van de Bles'; 'Sanne van Wees'; 'I Groeneveld'; 'Johanna werk'
CC: 'Gerrit van der Meer'
Onderwerp: Definitive ferzje fragen en parseberjocht Omrin

Dei allegearre,

 

Nei telefoanysk oerlis mei Irona en dêrnei mei Theo, is it folgjende der útrûgele. Ik haw gjin fut mear, der noch mear oan te sleuteljen, de kâns dat it dan wer minder wurdt, is boppedat grut.

Dus ik stjoer ien en oar sa aanst fuort: earst de fragen yn it bekende kader.

 

Fjirde ferzje:

 

GrienLinks over MER van Omrin-centrale bij Harlingen:

 

“Haastige spoed is zelden goed”

 

LEEUWARDEN – GrienLinks heeft donderdag nieuwe, schriftelijke vragen gesteld aan het college van Gedeputeerde Staten over de plannen van Omrin voor een afval-energiecentrale bij Harlingen. Aanleiding is het deze week verschenen rapport van de centrale Commissie voor de Milieueffectrapportage (de MER-commissie) over het milieueffectrapport van Omrin.

 

Volgens GrienLinks komt de MER-commissie met fundamentele kritiek, zodat er een nieuw milieueffect-rapport moet worden gemaakt. De GrienLinks-statenfractie voelt zich bovendien gesterkt in haar mening, dat een afval-energiecentrale niet aan de Waddenkust thuis hoort.

 

Ook vraagt de fractie zich af, of wel voldoende is gekeken naar het alternatief van het meer voorkómen van afval, in plaats van afvalverbranding. De fractie doet daarom een beroep op de aandeelhouders van Omrin – de 31 Friese gemeenten – om deze mogelijkheid veel beter te onderzoeken en daar ook veel meer op in te zetten, wellicht ten gunste van het milieu én van de Friese burgers.

 

Want “haastige spoed is zelden goed”, merkt GrienLinks-statenlid Theo van de Bles op.

Dat geldt zowel voor het college van GS als voor Omrin. Die haast heeft algemeen directeur ir. Ton Doppenberg van Omrin vorig jaar uitgelegd aan leden van Provinciale Staten tijdens een rondleiding op het afvalbedrijf in Oudehaske. “Door de afvalcentrale zo snel mogelijk te bouwen, hebben we de meeste kans op een sterke positie in de markt”, of woorden van gelijke strekking.

Vandaar dat Omrin koos voor het bedrijventerrein bij Harlingen, omdat het bestemmingsplan daar al ruimte biedt voor een afvalcentrale. En daarbij kiest het bedrijf voor droge rookgasreiniging, omdat dat goedkoper zou zijn dan natte reiniging. Maar natte reiniging is beter voor het milieu, wijst de recente ervaring uit. Een nadeel van natte reiniging is wel, dat er wellicht een hogere pijp bij nodig is, die dan mogelijk níet past binnen het huidige bestemmingsplan. Dat moet dan worden aangepast en dat kost… U raadt het al.

 

Oftewel: gelet op de stijgende energieprijzen is de keuze van Omrin op de korte termijn misschien voor de hand liggend, maar of die uiteindelijk voor de aandeelhouders – de Friese gemeenten, dus indirect de Friese burgers – wel de beste keuze is, valt nog te bezien. Het alternatief van het verminderen van de afvalstroom is nog amper in beeld geweest.

 

Statenlid Theo van de Bles: “Als GrienLinks-fractie houden we de ontwikkeling rond de REC (reststoffen-energie-centrale) nauwlettend in de gaten. Al was het alleen maar vanwege de circa 900 bezwaarschriften die er tegen het plan zijn ingediend, zodat we ten zeerste twijfelen aan draagvlak voor zo’n centrale op deze plek. Een punt waar het college van Gedeputeerde Staten overigens overheen lijkt te stappen!”

Maar GrienLinks is ook zonder die bezwaarschriften tégen een afvalcentrale pal aan de Waddenkust. Van de Bles: “De kans op vervuiling van één van de belangrijkste natuurgebieden van Europa vinden we te groot. Bovendien leidt deze plek tot veel gesleep met afval: eerst van alle Friese gemeenten richting Oudehaske – waar het wordt gescheiden – en vervolgens naar de centrale bij Harlingen: dat kost óók geld én energie en leidt weer tot milieuvervuiling”.

 

 

En hjir de nijste ferzje fan de fragen, net hiel folle oars as de foarige, mar mei grif wat minder typflaters en wat lytse oanfollinkjes en soms wat stikjes skrast:

 

1) Is het college van GS het met ons eens, dat de ‘Centrale MER-commissie’ fundamentele kritiek heeft op het MER-rapport van Omrin? Denk aan:

   -    meest milieuvriendelijk alternatief is niet onderzocht;

-          Omrin heeft veel verwarring gezaaid door maar liefst vier verschillende termen voor emissiewaarden te hanteren: vergunningswaarden (daggemiddelde), verwachtingswaarden, garantiewaarden, jaargemiddelde streefwaarde;

-          met de wel berekende droge rookgasreiniging komt er een te hoge uitstoot voor zoutzuur (HCl) zwaveldioxide (SO2) en kwik (Hg).

-          er is geen duidelijkheid, wat voor afval Omrin wil gaan verbranden;

-          er is geen degelijk alternatief voor het verkopen van de energie uit de centrale, als de zoutfabriek Frisia wegvalt als afnemer; dan dreigt het rendement van de afvalcentrale te dalen van 86 naar 22%;

-          de risico’s voor de natuur in de Waddenzee zijn niet duidelijk, maar in elk geval niet uit te sluiten, gelet op de uitstoot van zware metalen en dioxines.

 

2) Deelt het college onze mening, dat als Omrin aan al deze kritiek (onze opsomming is niet eens volledig!) tegemoet wil komen, dit neerkomt op het maken van een nieuw milieu-effectrapport?

 

3a) Zo ja, moet dat rapport dan ook niet opnieuw in de inspraak komen, om juridische problemen te voorkómen en gelet op het belang van draagvlak, dat door het college toch wordt onderschreven?

 

   3b) Hoe denkt het college ‘überhaupt’ draagvlak te creëren voor de door Omrin gekozen locatie bij Harlingen, gezien de meer dan 900 bezwaarschriften tegen het plan van Omrin?

 

4) Antwoordt het college ‘nee’ op vraag 3a), wat zijn dan de afwegingen van GS, om een nieuw milieueffectrapport niet meer via de openbare inspraak te laten lopen?

 

5) Is het, gelet op de kritiek van de centrale MER-commissie, überhaupt nog wel verstandig, een afval-energiecentrale op deze locatie toe te staan?

 


<< Disclaimer >>

Aan dit bericht kunnen geen rechten worden ontleend.
Provincie Fryslan

Oan dit berjocht kinne gjin rjochten ûntliend wurde.
Provinsje Fryslân