Dei
allegearre,
Nei
telefoanysk oerlis mei Irona en dêrnei mei Theo, is it folgjende der útrûgele.
Ik haw gjin fut mear, der noch mear oan te sleuteljen, de kâns dat it dan wer
minder wurdt, is boppedat grut.
Dus ik
stjoer ien en oar sa aanst fuort: earst de fragen yn it bekende
kader.
Fjirde
ferzje:
GrienLinks over MER van Omrin-centrale bij
Harlingen:
“Haastige spoed is zelden
goed”
LEEUWARDEN – GrienLinks heeft donderdag nieuwe,
schriftelijke vragen gesteld aan het college van Gedeputeerde Staten over de
plannen van Omrin voor een afval-energiecentrale bij Harlingen. Aanleiding is
het deze week verschenen rapport van de centrale Commissie voor de
Milieueffectrapportage (de MER-commissie) over het milieueffectrapport van
Omrin.
Volgens
GrienLinks komt de MER-commissie met fundamentele kritiek, zodat er een nieuw
milieueffect-rapport moet worden gemaakt. De GrienLinks-statenfractie voelt zich
bovendien gesterkt in haar mening, dat een afval-energiecentrale niet aan de
Waddenkust thuis hoort.
Ook
vraagt de fractie zich af, of wel voldoende is gekeken naar het alternatief van
het meer voorkómen van afval, in plaats van afvalverbranding. De fractie doet
daarom een beroep op de aandeelhouders van Omrin – de 31 Friese gemeenten – om
deze mogelijkheid veel beter te onderzoeken en daar ook veel meer op in te
zetten, wellicht ten gunste van het milieu én van de Friese
burgers.
Want
“haastige spoed is zelden goed”, merkt GrienLinks-statenlid Theo van de Bles
op.
Dat
geldt zowel voor het college van GS als voor Omrin. Die haast heeft algemeen
directeur ir. Ton Doppenberg van Omrin vorig jaar uitgelegd aan leden van
Provinciale Staten tijdens een rondleiding op het afvalbedrijf in Oudehaske.
“Door de afvalcentrale zo snel mogelijk te bouwen, hebben we de meeste kans op
een sterke positie in de markt”, of woorden van gelijke
strekking.
Vandaar
dat Omrin koos voor het bedrijventerrein bij Harlingen, omdat het
bestemmingsplan daar al ruimte biedt voor een afvalcentrale. En daarbij kiest
het bedrijf voor droge rookgasreiniging, omdat dat goedkoper zou zijn dan natte
reiniging. Maar natte reiniging is beter voor het milieu, wijst de recente
ervaring uit. Een nadeel van natte reiniging is wel, dat er wellicht een hogere
pijp bij nodig is, die dan mogelijk níet past binnen het huidige
bestemmingsplan. Dat moet dan worden aangepast en dat kost… U raadt het
al.
Oftewel: gelet op de stijgende energieprijzen is de
keuze van Omrin op de korte termijn misschien voor de hand liggend, maar of die
uiteindelijk voor de aandeelhouders – de Friese gemeenten, dus indirect de
Friese burgers – wel de beste keuze is, valt nog te bezien. Het alternatief van
het verminderen van de afvalstroom is nog amper in beeld
geweest.
Statenlid Theo van de Bles:
“Als GrienLinks-fractie houden we de ontwikkeling rond de REC
(reststoffen-energie-centrale) nauwlettend in de gaten. Al was het alleen maar
vanwege de circa 900 bezwaarschriften die er tegen het plan zijn ingediend,
zodat we ten zeerste twijfelen aan draagvlak voor zo’n centrale op deze plek.
Een punt waar het college van Gedeputeerde Staten overigens overheen lijkt te
stappen!”
Maar
GrienLinks is ook zonder die bezwaarschriften tégen een afvalcentrale pal aan de
Waddenkust. Van de Bles: “De kans op vervuiling van één van de belangrijkste
natuurgebieden van Europa vinden we te groot. Bovendien leidt deze plek tot veel
gesleep met afval: eerst van alle Friese gemeenten richting Oudehaske – waar het
wordt gescheiden – en vervolgens naar de centrale bij Harlingen: dat kost óók
geld én energie en leidt weer tot
milieuvervuiling”.
En hjir de nijste ferzje fan de fragen, net
hiel folle oars as de foarige, mar mei grif wat minder typflaters en wat lytse
oanfollinkjes en soms wat stikjes skrast:
1) Is
het college van GS het met ons eens, dat de ‘Centrale MER-commissie’
fundamentele kritiek heeft op het MER-rapport van Omrin? Denk
aan:
- meest milieuvriendelijk
alternatief is niet onderzocht;
-
Omrin heeft veel verwarring gezaaid
door maar liefst vier verschillende termen voor emissiewaarden te hanteren:
vergunningswaarden (daggemiddelde), verwachtingswaarden, garantiewaarden,
jaargemiddelde streefwaarde;
-
met de wel berekende droge
rookgasreiniging komt er een te hoge uitstoot voor zoutzuur (HCl) zwaveldioxide
(SO2) en kwik (Hg).
-
er is geen duidelijkheid, wat voor
afval Omrin wil gaan verbranden;
-
er is geen degelijk alternatief
voor het verkopen van de energie uit de centrale, als de zoutfabriek Frisia
wegvalt als afnemer; dan
dreigt het rendement van de afvalcentrale te dalen van 86 naar
22%;
-
de risico’s voor de natuur in de
Waddenzee zijn niet duidelijk, maar in elk geval niet uit te sluiten, gelet op
de uitstoot van zware metalen en dioxines.
2) Deelt het college onze mening, dat als Omrin aan al
deze kritiek (onze opsomming is niet eens volledig!) tegemoet wil komen, dit
neerkomt op het maken van een nieuw
milieu-effectrapport?
3a) Zo ja, moet dat rapport dan ook niet opnieuw in de
inspraak komen, om juridische problemen te voorkómen en gelet op het belang van
draagvlak, dat door het college toch wordt
onderschreven?
3b) Hoe denkt het college ‘überhaupt’
draagvlak te creëren voor de door Omrin gekozen locatie bij Harlingen, gezien de
meer dan 900 bezwaarschriften tegen het plan van
Omrin?
4) Antwoordt het college ‘nee’ op vraag 3a), wat zijn
dan de afwegingen van GS, om een nieuw milieueffectrapport niet meer via de
openbare inspraak te laten lopen?
5) Is het, gelet op de kritiek van de centrale
MER-commissie, überhaupt nog wel verstandig, een afval-energiecentrale op deze locatie toe te
staan?