Reactie van Ineke Verdoner op de "Conceptplannen Jeugdhulpverlening" in de commissievergadering van 13 september 2000.

Jeugdzorg

Voorzitter,
het betreft de vraag of de nota die we hebben gekregen inspraakrijp is. De nota is de inspraak al in, de termijn tot inspreken is al bijna verlopen, n.l. 22 september, dus ik voel me een 'beetje' overbodig. De vraag wordt alleen nog gesteld als formaliteit, waarmee de functie van de statenleden met voeten wordt getreden.
De laatste bijeenkomst op 11 juli was voorgesteld als besloten bijeenkomst; we weten nog steeds niet waarom, maar de trein rijdt, de tijdpaden zijn al uitgezet, dus of de statenleden nu wel of niet hun akkoord hebben gegeven, of er nu wel of niet een volstrekt onduidelijke laatste bijeenkomst over dit belangrijke onderwerp is geweest, en of het nu vakantietijd was of niet, the show must go on.
En of we nog maar even amen willen zeggen.
Dat moet als eerste even van mijn hart.

En wij kunnen het eerdere gevoel, dat we nog steeds niet doorgronden wat er gaande is, nog alsmaar niet van ons afzetten. Want:
· Waddenhoeve sluiten, oke, de werkwijze en het gebouw (b)lijken niet meer bestand tegen de tand des tijd. Aekinga kan de capaciteit opvangen.
· Even later is Aekinga ook een te grote kostenpost en kan blijkbaar het hele zaakje worden overgeheveld naar Rijs;
· Maar helaas, Rijs is ook wat uit de mode en voordat het helemaal uit de mode raakt, moeten we bijsturen en andere, nieuwe lokaties bedenken en graag snel, want hoe langer open hoe hoger de kosten.

Voorzitter, ik ben niet achterlijk, maar ik kan het niet echt volgen, laat staan dat mensen die minder goed bekend zijn met de materie dat kunnen. Dus of er nu wel of niet logica zit in deze ontwikkelingen, de manier waarop een en ander wordt gecommuniceerd en in de openbaarheid wordt gebracht vinden wij bedroevend; onrust en onduidelijkheden te over en daardoor ook voer voor opnieuw emotionele benadering van een toch al beladen onderwerp. En wij willen het liefst alleen maar sturen op grote lijnen, maar op deze wijze wordt het toch ook zelf roeien bevorderd en daar zijn wij niet voor. Wij zijn niet de deskundigen mbt invulling van de jeugdhulpverlening; wij willen graag vertrouwen op zij die dat wel zijn, maar dat is in deze niet eenvoudig.

We hebben dan ook een dringende vraag aan de gedeputeerde of de kwaliteit van de genoemde tijdelijke voorzieningen gewaarborgd is en hoe dan. En is een tijdelijke voorziening beter of slechter voor degenen die daarvan afhankelijk zijn, of is een tijdje doorwerken op Aekinga beter en ondanks die kosten misschien nog goedkoper? Uit de cijfers achterin het concept heb ik dat niet kunnen opmaken.
En hoelang is tijdelijk?

We gaan nog even door, want tenslotte is dit de eerste officiele openbare gelegenheid dat we onze zorgen en ideeen met elkaar kunnen delen.
Er blijkt uit het concept dat de capaciteit voor residentiele zorg overal teveel wordt. Dus overal moet er dicht. Maar er moet alleen zo rigoreus dicht, omdat we ons idee van goede jeugdzorg hebben veranderd.
Van veel in bossen dreigen we door te slaan naar helemaal geen bossen meer.
Ik herinner me die ommekeer in het ziekenhuiswezen; iedereen moet zoveel mogelijk thuis uitzieken; gevolg enorme druk op de thuiszorg waar we nu nog steeds mee klem lopen. Idem in de psychiatrie: de geestelijk labiele mens moet vooral ook in de straat wonen. Welnu, naast dat dat wonen ook gelukt is, is het merendeel van de zwervende daklozen psychiatrisch patient. Ik huiver dus voor die rigoreuze afschaffing van oude vormen als er nog zo weinig nieuws in het vat lijkt te zitten.
Ik zeg met opzet lijkt, want als ik het mis heb, dan hoor ik het graag, maar dan heel concreet, zodat ik de veranderingen ook kan uitleggen naar bezorgde betrokkenen. Nu kan ik dat absoluut niet. Het gevraagde Programma van eisen, genoemd op blz. 18, kan mits met naam en toenaam een bijdrage leveren aan helderheid.

Als laatste moet me nog van het hart dat, los van al dit geharrewar, de constructie die we om deze hulpverlening heen bouwen de doorzichtigheid tot een minimum beperkt. De pilotprojecten rondom de Toegang moeten daarbij gaan helpen en ik hoop heel erg van harte dat dat een effect heeft van veel licht in deze schimmige warwinkel. Ik mis nog altijd de simpelheid van een winkel met etalages, waar gewone mensen lopen, die je even ergens mee kunnen helpen als het eenvoudig is en je doeltreffend de weg wijzen als de vraag zwaarder is. Maar misschien ben ik te voorbarig, te pessimistisch. Ik weet dat er mensen vol goede moed en met de beste intenties hard aan het werk zijn en die wil ik bedanken voor hun inzet.

TERUG