Reactie GrienLinks op notitie IBF

Behandeld in de commissie B&M 9 maart 2004

Irona  Groeneveld

 

Door PS is een motie van GL/CU aangenomen waarin opgedragen wordt een plan van aanpak maken voor een beter passende opzet. Daarnaast heeft GL in de vergadering van 4 februari vragen gesteld. Naar aanleiding van die vragen is de voorliggende notitie – naar wij aannemen vanuit het College van DS - door gedeputeerde Baas t.b.v. informatie in de commissie B&M verspreid. Daarvoor onze dank.

 

De notitie geeft een overzicht van de huidige stand van zaken en bergt een aantal conclusies in zich. GrienLinks heeft de inhoud eens goed op zich in laten werken en wil de gedeputeerde een aantal opmerkingen meegeven die hij zou kunnen gebruiken in het volgende overleg van Aandeelhouders. Daarnaast komen er uit het stuk zelf nog een aantal aanvullende vragen naar voren.

 

 

1. Subsidiecriteria

 


De in het stuk genoemde oplossingsrichtingen gaan allen uit van de centrale vraag:

welke voorwaarden worden er in de subsidiebeschikking genoemd en welke ruimte geven deze criteria voor aanpassing van het ibf?

De omschrijvingen zijn wat ons betreft onduidelijk. In het stuk wordt gesteld: “er werden criteria geformuleerd”. (blz. 2). Door wie? En worden we daar ook op afgerekend?

Volgens onze informatie staat alleen in het bestemmingsplan van de gemeente Heerenveen genoemd dat het IBF bedoeld is voor internationale bedrijven die minimaal 10ha afnemen. In de subsidievoorwaarden gaat het om grote ondernemingen (niet zeker is volgens mijn zegsman of daar ook “internationaal” voor staat). bovendien moet realisatie van het bedrijventerrein leiden tot directe werkgelegenheid. Daar wordt niet over kavelgrootte gerept.

Om zo snel mogelijk helderheid te verkrijgen wil onze fractie dat een afschrift van de subsidiebeschikking aan alle fracties wordt verspreid. Dan kunnen er ook geen misverstanden meer ontstaan en kan de discussie zich richten op wat we kunnen gaan doen.

 

 

2. Oplossingsrichtingen

 

Bij het ombouwen van het IBF wordt onder de ruimtelijke poot ingegaan op het aantal beschikbare hectares, de verwachte uitgifte per jaar en de doorlooptijd. Onze fractie vraagt zich af waar de verwachte uitgifte van 9 ha per jaar op is gebaseerd. Zien we de cijfers van de afgelopen jaren in de gemeente Heerenveen, dan is er het volgende beeld: uitgifte in 2000 9,9 ha, 2001 7,8 ha, 2002 0,6 ha, 2003 3,2 ha. We kunnen constateren dat dit een geval van “wishfull thinking” betreft.

 

Voor het overige heeft GrienLinks behoefte aan een uitgewerkt plan op korte termijn waarin diverse opties onderbouwd worden en uitgewerkt. Bijvoorbeeld:

 

Alleen op grond van goed uitgewerkte opties die naast elkaar worden gezet, kunnen afgewogen keuzes worden gemaakt. De conclusies die door het College van GS worden getrokken, vindt GrienLinks dus nog te vroeg.

 

 

3. De onderscheiden rollen van de Provincie

 

Uit de notitie blijkt dat de onderscheiden rollen van de provincie met elkaar in conflict kunnen zijn. Als aandeelhouder in de CV/BV IBF heeft de provincie andere belangen dan als toezichthouder en beleidsmaker op economisch en ruimtelijk gebied. De rol van aandeelhouder dwingt de provincie ertoe om zo lang mogelijk door te gaan met een project waarvan zij als beleidsmaker wellicht al vrij snel aangegeven had dat het zo niet langer kon.

Dat pleit er in de optiek van GrienLinks de rol van de Provincie in dergelijke projecten opnieuw ter discussie te stellen.

 

Onze vraag van 4 februari jl. in dezen, “betekent dit ook het einde van het aandeelhouderschap van de provincie?” is nog niet beantwoord. De optie komt althans niet in het stuk naar voeren, met onderbouwing waarom het wel of niet zou moeten eindigen.

 

 

4. Tenslotte

 

Er resteren na al deze wijze woorden nog een paar vragen: