Hieronder het antwoord van de Commissie en de eerdere vraag van De Roo:
P-1127/04NL
Antwoord van mevrouw Wallström
namens de Commissie
(30 april 2004)
De Waddenzee is een gebied dat moet worden beschermd op grond van zijn
status van speciale beschermingszone in de zin van Richtlijn 79/409/EEG van
de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand en in de zin
van Richtlijn 92/43/EG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding
van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna .
1. Het geachte Parlementslid wijst er terecht op dat geen van de hierboven
vermelde richtlijnen voorziet in een koppeling van de in artikel 6, lid 3,
van Richtlijn 92/43/EG bedoelde significante gevolgen aan een tijdsfactor.
Indien de beoordeling indicaties bevat dat een plan of project bepaalde
gevolgen zal hebben, moeten die gevolgen, ongeacht de termijn waarbinnen ze
optreden, bijgevolg als deel van het beoordelingsproces worden beschouwd.
2. De Commissie deelt de mening dat de aardgasboringen in de Waddenzee
gevolgen kunnen hebben voor het betrokken beschermde gebied en verwijst het
geachte Parlementslid in dit verband naar het antwoord van de Commissie op
schriftelijke vraag P-1108/04 van mevrouw Corbey.
De Commissie zal de Nederlandse autoriteiten in een aan de Permanente
Vertegenwoordiging van Nederland gerichte brief herinneren aan de
verplichtingen die zij in dit verband in acht moeten nemen in het kader van
Richtlijn 92/43/EEG.
SCHRIFTELIJKE VRAAG P-1127/04
van Alexander de Roo (Verts/ALE)
aan de Commissie
Betreft: Gasboringen significante bedreiging voor Waddenzee
De door de Nederlandse regering aangestelde commissie-Meijer (september
2003) beweert dat er geen significante gevolgen voor de natuur in de
Nederlandse Waddenzee zijn te verwachten als gevolg van eventuele
aardgaswinning onder diezelfde Waddenzee. De ervaring met de gaswinning
(sinds 1986) op Ameland-Oost leert dat de bodem van Ameland-Oost daardoor
elk jaar 1,5 cm zakt. De aardgaswinning in de provincie Groningen levert
hetzelfde beeld op. De bodem in Groningen is ter plaatse van de gasboringen
30, 40 en soms wel 50 cm gedaald, vergeleken met het begin van de
aardgaswinning zo'n 35 jaar geleden (bron: Energieverslag Nederland, 1998).
Daarnaast vormt de zeespiegelstijging een grote bedreiging voor de unieke
natuur van de Waddenzee en Waddeneilanden. Recente berekeningen geven aan
dat 10 tot 20 % (bij gematigde of extreme klimaatverandering) de komende 50
jaar verloren zal gaan. Op sommige plekken dreigt wel 30 tot 40 % verloren
te gaan. Door eventuele nieuwe gasboringen onder de Waddenzee komt daar een
grote significante bedreiging bij.
1. Gasboringen kunnen een significante bedreiging vormen voor de natuur
van de Waddenzee. De slikken en schorren dreigen verloren te gaan door de te
verwachten daling van de bodem van de Waddenzee ten gevolge van nieuwe
gasboringen. Dit speelt niet op een termijn van 5 jaar met 5 cm bodemdaling,
maar wel op de middellange termijn. In de Europese Vogel- en
Habitatrichtlijn staat niets over de factor tijd. Is de conclusie
gerechtvaardigd dat een bedreiging, die pas na enkele jaren significant
wordt, evenzeer telt als een significante dreiging in vergelijking met
onmiddellijke significante gevolgen voor de natuur?
2. In het belang van de unieke natuurwaarden van de Waddenzee, het
belangrijkste natuurgebied in Nederland, verzoek ik de Europese Commissie
serieuze aandacht aan deze zaak te geven en in het regelmatige overleg
tussen de Europese Commissie en de Nederlandse regering over de
implementatie van de Vogel- en de Habitatrichtlijn de Nederlandese regering
op de mogelijk inbreuk van geldend EU recht te wijzen. Is de Europese
Commissie voor één keer bereid om niet te wachten totdat de Nederlandse
regering een eventueel besluit over gasboringen onder de Waddenzee heeft
genomen, maar zich nu al uit te laten over een mogelijke significante
inbreuk op de EU-natuurregelgeving ten gevolge van bodemdaling veroorzaakt
door eventuele gasboringen?
terug