Willem Verf tot de vergadering IPSC van 3-10-2000 over de verbinding RANDSTAD-NOORDEN


In het voorstel dat hier voor ons ligt heeft de IPSC in de discussie over de Zuiderzeelijn een marginale rol.
De balans van de hoorsessies opmaken, dat mogen we.
Dat is wel erg mager.
De gezamelijke Provinciale Staten van Noord-Nederland hebben de IPSC niet ingesteld omdat ze af en toe ook nog eens vrijblijvend wat willen debatteren in de marge.
Het is de bedoeling dat er ook hier discussies plaats vinden die er echt toe doen. Het bestuur van de SNN verdient een kritische partner. Van de gezamelijke Staten. Dat komt de besluitvorming ten goede.

Zonder kritische partner loopt het proces door op bestuursniveau en komen geheel voorgekookte besluiten in de afzonderlijke Staten.
Die realiseren zich dan weer dat als ze in zo'n stadium nee zeggen het besluitvormingsproces op een onmogelijk moment gefrustreerd wordt.
GroenLinks wil daarom op 21 november als IPSC niet alleen vrijblijvend balansen.
Wij willen dat de de IPSC een echt advies uitbrengt aan het SNN-bestuur.
Een openbaar advies, dat de Staten kunnen betrekken bij hun besluitvorming.
Een echt advies, dat van invloed is op de regionale en landelijke besluitvorming.

Waar we het samen over eens zijn is dat er een moderne, snellere openbaar-vervoer-verbinding moet komen tussen de Randstad en het Noorden. Over de financiering en het tracee loopt de discussie volop. Hoe duur het wordt, waar het tracee komt, dat is belangrijk. En die twee zaken hebben weer alles te maken met wat de techniek van de verbinding zal zijn.

Welke techniek tegen welke kosten het meest geschikt is voor onze doelstellingen, daar zijn we het niet over eens.
Althans, we hebben noch in de afzonderlijke Staten, noch in de IPSC, als gekozen Noordelijke volksvertegenwoordigers, netjes en ordelijk gediscussieerd en vervolgens gestemd en zo onze voorkeur uitgesproken.

In de vorige IPSC bijeenkomst verklaart CdK Alders met zijn meest eerlijke gezicht dat het allereerst gaat om de Zuiderzeelijn, en dat de techniek een kwestie van de tweede orde is.

Vervolgens gaat hij "unferfroren" door, samen met zijn makker CdK Nijpels, met het eenzijdig lobbyën voor de zweeftrein. Een vertegenwoordiger van Siemens zou het de heren niet kunnen verbeteren. Zonder schroom wordt in publiekelijke en vertrouwelijke bijeenkomsten verkondigd dat ook de Provincies diep in de buidel zullen moeten tasten om de realisatie van deze zweeftrein mogelijk te maken.

Natuurlijk mogen CdK's enthousiast zijn. Maar de Staten gaan over het budget.

Voorzitter, GroenLinks daagt de collega-statenleden in de IPSC uit. Misschien is zo'n zweeftrein haalbaar, betaalbaar en bruikbaar. Misschien ook niet. Misschien is iets anders verstandiger, effectiever en meer bruikbaar.
Het lijkt er op dat wij als gekozen volksvertegenwoordigers op dit moment niet geïnformeerd worden met als doel tot een weloverwogen beslissing te komen. Het heeft er veel meer van dat wij continu bewerkt worden om voor één type oplossing te kiezen. Te kiezen? Ho, sorry, onzorgvuldig woordgebruik... Het lijkt erop dat wij weloverwogen gedrukt worden in de rol van enthousiast en ademloos publiek dat met open mond staat te kijken naar een huzarenstukje van het Noordelijk esthablisment, getiteld: "hoe de zweeftrein werd versierd voor het oog van gans de bedwelmde natie".

Voorzitter, wilt u de volgende motie in stemming laten brengen?

De vergadering van de IPSC, bijeenkomend op 3 oktober 2000 in het Provinciehuis te Assen,

overwegend:
- dat noch in de afzonderlijke Provinciale Staten, noch in de IPSC, gedabatteerd is over de meest wenselijke technische uitvoering van de Zuiderzeelijn - dat deze technische uitvoering van groot belang is voor de uiteindelijke effecten op tal van terreinen en zeer bepalend is voor de kosten van aanleg

constaterend:
- dat de gekozen volksvertegenwoordigers in de betrokken Provincie op geen enkele wijze een bestuurlijk advies hebben kunnen geven, of een in dit kader relevante beslissing over de kwestie hebben kunnen nemen - dat dit een ongewenste situatie is

besluiten:
- op 21 november 2000, op basis van alle dan voorliggende relevante informatie, te komen tot een openbaar advies aan het bestuur van de SNN over de meest gewenste uitvoering van de Zuiderzeelijn, waarbij duidelijk wordt aangegeven welke van de volgende vier mogelijkheden als meest wenselijk, haalbaar en nastrevenswaard wordt gezien:

* een snellere verbinding over bestaand spoor
* een nieuwe spoorlijn van Lelystad via Emmeloord, Heerenveen en Drachten naar Groningen, die ook geschikt is om met een hogere snelheid te gebruiken
* een "echte HSL" via bovengenoemd tracé
* een magneetzweefbaan

verzoeken de voorzitter van de IPSC: - zorg te dragen voor een tijdig toegezonden, zo bondig, objectief én volledig mogelijk samengesteld informatiepakket ter ondersteuning van een zorgvuldige besluitvorming in deze

en gaan over tot de orde van de dag, voorzover die bestaat.

ondertekening door alle aanwezige leden van de GroenLinks IPSC-fractie.

TERUG