NEDERLAND INNOVATIELAND
(verkiezingsprogramma GroenLinks 1998-2002)
"Een belangrijke rode draad in het concept Nederland Innovatieland is de wetenschap dat aandacht voor milieu en duurzaamheid niet louter remmend werkt op de economische ontwikkeling, maar vaak juist een stimulerende factor blijkt te zijn en veelal leidt tot efficiëntere productieprocessen en creatieve innovaties.
In de transportsector gaat het daarbij bijvoorbeeld om alternatieven voor de bestaande vervoerssystemen, zoals lightrail voor korte afstanden,
hoge-snelheidslijnen voor langere afstanden, distributiepunten met elektrische bestelbusjes voor het stedelijke goederentransport en voor slim, op maat gesneden, goederenvervoer over water, ook over kortere afstand. Ten slotte lijkt ook de Zeppelin voor het vervoer binnen West-Europa een goed alternatief voor vliegtuig of touringcar".
DE ZWEEFTREIN
Het mag duidelijk zijn dat er veel voorstanders zijn van het aanleggen van een zweeftrein naar het Noorden. De cdk's staan te juichen en hebben zelfs al een proefrit mee mogen maken op een proeftraject in Duitsland. Ook minister Netelenbos heeft aangegeven dat ze voor een snelle spoorverbinding naar het Noorden de voorkeur geeft aan de zweeftrein. De keuze van een zweeftrein staat steeds tegen over de keuze voor een normale hogesnelheidstrein.
Eén van de belangrijkste argumenten die wordt genoemd is de mogelijkheid voor woon- werkverkeer. Mensen kunnen in de randstad wonen en hier werken. Daarnaast biedt het ook een kans om hoogopgeleide jongeren hier te houden. Zij zouden zich heel gemakkelijk kunnen verplaatsen en hier toch blijven wonen. De zweeftrein zou het Noorden moeten bevrijden uit haar economische achterstandspositie. Ook kunnen mensen uit de randstad in het Noorden de in de randstad ontbrekende rust en ruimte vinden.
Ook voor bedrijven zou het aantrekkelijker worden om zich aan de hectiek te onttrekken en zich in het Noorden te vestigen. In de nachtelijke uren zou er vracht in compacte containers over het spoor kunnen worden vervoerd.
De nadelen van een 'volksverhuizing' zijn echter ook aanwezig. Door te verhuizen naar Friesland zal het beslag die op de groene ruimte toenemen. Over het algemeen wordt er van uitgegaan dat het zal gaan om welgestelde burgers uit het westen.
Over het algemeen kan gezegd worden dat bij hogere inkomens, ook de eisen die aan een woning en de ruimte daaromheen hoger liggen. Zo wordt verstedelijking en landschappelijke verstoring in de hand gewerkt. Als er wel wordt besloten om een magneetzweeftrein aan te leggen, zal er duidelijk moeten worden vastgelegd waar er in de provincie ruimte is voor wonen en werken (en de ontwikkeling hiervan). Waar ook voor moet worden opgepast is dat steden aan de het zweeftraject geen slaapsteden worden als de randstad op zo'n kleine afstand ligt. De zweeftrein zou onder meer een bedreiging kunnen betekenen voor het culturele voorzieningenniveau in een stad.
Er is een consortium van bedrijven die heeft aangegeven mee te willen betalen aan de aanleg van de zweeftrein. Als vergoeding daarvoor wil dit consortium bij de stations aan de rand van steden transferia gaan beheren. Zo'n transferium zou je kunnen voorstellen als een soort mini-schiphol met een parkeergarage, winkels, kantoren, een congrescentrum en een terminal. De bedrijvigheid bij deze transferia zou ook werkgelegenheid opleveren. Hoeveel werkgelegenheid is nog niet duidelijk. Voorstanders spreken al gauw van duizenden banen, terwijl in een rapport van het SCP eerder gedacht wordt aan honderden banen. Bovendien zegt het niet dat deze werkplaatsen ook worden opgevuld door werkelozen uit de regio. Immers de zweeftrein zou een uitstekend middel kunnen zijn voor woon-werkverkeer. Bovendien draagt ook de ontwikkeling van de transferia het gevaar van verstedelijking en landschappelijke verstoring in zich.
De Nederlandse Spoorwegen zegt dat de zweeftrein technisch fascinerend is, maar onpraktisch is. Op de rails van een HSL zouden ook andere treinen kunnen rijden en deze kan over het bestaande spoor naar de centra van steden. Het is onmogelijk om met de zweeftrein centra van steden te bereiken, zoals eerder gezegd zullen de transferia aan de rand van een stad worden gebouwd.
Ook wijst de NS op het feit dat er voor de zweeftrein een aparte magneetbaan moet worden aangelegd waarvan andere treinen geen gebruik kunnen maken. Ook kan een zweeftrein niet aansluiten op het bestaande spoornet.
Dan de invloed van een zweeftrein op de omgeving. De consortiumleden benadrukken dat er nauwelijks invloed op de omgeving zal zijn. De geluidoverlast zou er niet zijn en het zal een rank en slanke baan worden. In Duitsland ondersteunen hoge pijlers om de zestig meter de baan waarop de trein rijdt. Niet overal zal de trein hoog boven de grond zoeven. Soms zal hij op het maaiveld rijden. Maar daar zou de trein volgens het consortium goed te verstoppen zijn achter struiken en bomen.
Tegenstanders van de zweeftrein denken daar echter heel anders over. Om te beginnen heeft minister Pronk aangegeven de zweeftrein vanuit het oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenst te vinden. Volgens Pronk bederft de op poten staande trein de horizon. Ook de milieuorganisaties in de Noordelijke provincies hebben zich bij deze kritiek van Pronk aangesloten. Hoewel het consortium spreekt van een ranke baan, zal een zweefbaan grote gevolgen hebben voor het beeld van het landschap. Er ontstaat een langgerekt lint van bebouwing.
Vanuit de milieuorganisaties wordt ook tegengesproken dat de zweeftrein bijna geen geluidsoverlast zou veroorzaken. Bij een snelheid van 400 km per uur veroorzaakt een zweeftrein op 25 meter afstand een geluid van 91 decibel. Dat is bijna acht keer zoveel als bij een gewone hogesnelheidstrein. Dit levert dus een breed lint van geluidsoverlast op, welke een grote aanslag plegen op rust en stilte.
Bovendien bestaat de angst dat de aanleg van een razendsnelle verbinding met de randstad zal leiden tot een bouwhausse in Het Noorden. Er wordt gepropageerd dat het mogelijk wordt om in het Westen te werken en ruim te wonen in het Noorden. De bouw van huizen zal gepaard gaan met de realisatie van bedrijvigheid en voorzieningen. De bebouwing die dit oplevert zal ten koste gaan van de schaarse open ruimte.
Bovendien moet Openbaar Vervoer niet als een doel op zich worden gezien. Openbaar Vervoer moet een antwoord geven op de ontstane problemen en een alternatief opleveren voor bijvoorbeeld het autoverkeer. Een zweeftrein zal geen alternatief bieden, maar vooral extra mobiliteit op gang brengen ( denk maar aan het hier wonen en in het Westen werken).
De commissie Olman heeft een rapport uitgegeven. In dit rapport concludeert deze commissie dat de aanleg van zweeftrein zeker mogelijk is. In opdracht van deze commissie is er door drie adviesbureaus onderzoek gedaan naar de verhouding tussen de prijs van een 'zweefkaartje' en het aantal passagiers. Uit dit onderzoek blijkt dat de magneetzweeftrein tussen de Randstad en het Noorden overbelast zal raken als een rit gemiddeld minder dan veertig cent per kilometer gaat kosten. De kilometerprijs van veertig cent is een gemiddelde, abonnementshouder zullen minder betalen. Er valt nog niet te berekenen hoe veel een enkeltje Drachten - Schiphol zal gaan kosten, maar het is wel duidelijk dat dit in ieder geval meer dan fl.75,-- zal zijn.
Johan Vlasma , fractiemedewerker GrienLinks
TERUG