Provincie moet voortouw nemen voor een echt duurzame landbouwprovincie

contrast In de herfst 2014 zal de landbouwagenda geëvalueerd worden. Maar bij de vaststelling van 482-b-Verordening Romte Fryslân 2014op 18 juni 2014 (en hier 483-a-PS voorstel Verordening Romte Fryslan 2014) zullen de normen voor de grootschalige stallen in de melkveehouderij vastgelegd worden. Ook wordt op die 18e juni d467-b-Beleidsnotitie Intensieve veehouderijin onze provinice besproken. Hieronder een overzicht van de informatie die op dit moment voorhanden is. En ons standpunt.

Retze van der Honing: “Wij willen graag dat GS en PS intensieve veehouderij (varkens-, kippen- en geitenteelt) aan banden legt en het standpunt over de schaalvergroting in de melkveehouderij herziet. Daarnaast gaan we pleiten (bij de evaluatie van de landbouwagenda in de herfst van 2014) voor meer investeringen in de ontwikkeling van kennis in de biologische landbouw, die dan meteen ook uitgewisseld moet worden met de ‘gangbare’ landbouw. Zowel in de wetenschap als aan de boerenkeukentafel! Wij willen naar een intensieve ecologische landbouw.

Onderzoekers van de Wageningen Universiteit (Henk Oostindie, Jan Douwe van der Ploeg, Rudolf van Broekhuizen) presenteerden op 14 juni 2013 het onderzoek: Buffercapaciteit_rapportLR.pdf over de veerkracht van melkveehouderijen in de crisis.

En ook op 14 juni 2013 kwam het kabinet met een
kabinetsstandpunt-inzake-omvang-intensieve-veehouderij-en-schaalgrootte op het rapport van de Gezondheidsraad: gezondheidsrisico-s-rond-veehouderijen over de intensieve veehouderij.

Voor alle duidelijkheid: over de intensieve varkens-, kippen- en geitenhouderij hebben de Staten in Fryslân nog geen standpunt ingenomen. Het rapport van de Gezondheidsraad en het standpunt van het kabinet is afgewacht. Maar over de schaalvergroting in de melkveehouderij heeft de meerderheid van de Staten (helaas) in december 2012 al gekozen voor het faciliteren van schaalvergroting met als argument dat boerenbedrijven levensvatbaar willen blijven. Dat klopt dus niet volgens het onderzoek van de Wageningen Universiteit. De conclusie is, dat schaalvergroting van de melkveehouderij niet de economische veerkracht oplevert die er wel van verwacht wordt. Het zijn juist de wat kleinere, meer extensieve bedrijven die het in verhouding ‘t beste doen. Daarnaast vinden wij als GrienLinks dat ook in de melkveehouderij grote stallen met veel dieren niet de meest dier- en milieuvriendelijkste manier is om vee te houden. In de herfst gaan we in de Staten de landbouwagenda evalueren. Nu het kabinet de normering van stallen (voor de intensieve veehouderij, maar dus ook voor de melkveehouderij) neerlegt bij de provincies en gemeenten (zie brief kabinetsstandpunt intensieve veehouderij), is het een mooi moment om herziening van het standpunt over schaalvergroting in Fryslân aan de orde te stellen!”

Verder bekritiseert Retze van der Honing het standpunt van de minister in de brief dat alleen met ‘groene groei’ de voedselcrisis in de wereld bestreden zou kunnen worden: “Er wordt op dit moment druk gediscussieerd over de oplossing van de voedselcrisis. Verschillende hoogleraren (o.a. Louise Fresco, hoogleraar duurzame ontwikkeling UvA en Aalt Dijkhuizen, voorzitter Wageningen Universiteit) pleiten voor het intensiveren van de landbouw als oplossing van de honger in de wereld. Andere hoogleraren (zoals o.a. Pablo Titonell, hoogleraar ecologische landbouw Wageningen en Eric Goewie, hoogleraar biologische landbouw) vinden dat er ingezet moet worden op ecologische landbouw.
De minister maakt hier al een keuze in. Zij schrijft in haar brief dat intensieve landbouw met duurzaam verbonden moet worden: groene groei. Uit milieurapporten blijkt echter dat we onze grondstoffen aan het opmaken zijn en het milieu bovenmatig belasten. Het is volgens GrienLinks de hoogste tijd om nu juist in te zetten op een transitie naar een groene landbouw. Ook o.a. Pablo Titonell pleit hiervoor. Hij wil dat er meer geld geïnvesteerd wordt in kennis en innovatie in de ecologische/biologische landbouw, zodat die meer opbrengst kunnen genereren. Wij zeggen: laten we het als Friese overheid gewoon doen, nu, meteen. In onze landbouwagenda staat dat de biologische landbouw de voortrekker zijn in het ontwikkelen van een duurzame landbouw. Wij zijn een landbouwprovincie en hebben veel landbouwkennis in huis. Waarom wachten? “

De rapporten:
Onderzoek Wageningen Buffercapaciteit van melkveehouderijen:
De onderzoekers hebben een statistische analyse gemaakt van een bestand van melkveehouderijen van Alfa accountants en adviseurs om te kijken hoe bedrijven het schommelen van de melkprijs opvangen.
Er is een bedrijfsstijlenanalyse uitgevoerd die vier strategische grondpatronen naar voren brengt: schaalvergroting, fijnregulering, kostenreductie en arbeidsbesparing. Het blijkt dat er een verschil is tussen zg. boerenlandbouw (die meer gericht is op fijnregulering en kostenreductie) en ondernemerslandbouw (meer gericht op schaalvergroting en arbeidsbesparing). De onderzoekers schrijven dat er een onmiskenbare boodschap naar voren komt uit de droge cijfers: “Het zijn niet de grotere en meest intensieve bedrijven (bedrijven
waar scherp wordt geboerd) die in periodes van lage opbrengstprijzen in verhouding de beste resultaten genereren. Integendeel: het zijn juist de wat kleinere, meer extensieve bedrijven die het in verhouding ‘t beste doen.”

Rapport Gezondheidsraad
De Gezondheidsraad stelt dat het niet eenvoudig is om een oordeel te vellen over de schadelijkheid voor de gezondheid van de omwonenden van een intensieve veehouderij. Ruraal fijnstof is anders van samenstelling dan stedelijk fijnstof, melden ze. Onderzoeken naar fijnstof hebben tot nu toe meestal plaatsgevonden in stedelijke omgeving, dus moet er meer onderzoek gedaan worden voor er conclusies over de invloed van de samenstelling van de lucht op de volksgezondheid getrokken kunnen worden. De onderzoekers concluderen wel dat er schadelijke bacteriën in de lucht in de omgeving van bedrijven in de intensieve veehouderij zitten. Ze adviseren het kabinet de normering van de veehouderij bij gemeenten en provincies te leggen, zodat rekening gehouden kan worden met plaatselijke omstandigheden. Leidraad kan het ‘Beoordelingskader volksgezondheid en milieu’. De onderzoekers pleiten voor emissiegerelateerde minimumafstanden die niet alleen op geurbelasting gebaseerd zijn. Ook belangrijk zijn maatregelen om de emissie van deeltjes uit stallen terug te dringen. Technieken zoals luchtwassers kunnen hieraan bijdragen, maar naar het oordeel van de commissie is blijvende aandacht nodig voor nieuwe vormen van bedrijfsvoering en bedrijfshygiëne en voor verduurzaming van de veehouderijsector als geheel.

Reactie kabinet op rapport Gezondheidsraad
Het kabinet (de minister) meldt in haar brief dat de belangrijkste conclusie van Alders en van Doorn, na het maatschappelijke debatin 2012 over de megastallen was, dat de veehouderij moet verduurzamen.
Het kabinet begint haar reactie met constateren dat in 2050 negen miljard mensen gevoed zullen moeten worden. En dat dat een van de moeilijkste opgaven zal worden. De sleutel, zegt het kabinet, is groene groei: met minder grondstoffen meer produceren. De commissie van Doorn wordt geciteerd: “Hoe belangrijk een kleinschalige productie ook kan zijn voor de bewustwording wat voedsel produceren daadwerkelijk betekent, het is onrealistisch te verwachten dat
een duidelijk kleinschaliger productie alleen al die miljarden monden zal weten te voeden. Onze belangrijkste ambitie hoort dan ook te zijn om vanuit dat gegeven intensief te verbinden met duurzaamheid.” Het kabinet concludeert: “Alleen een integrale aanpak kan een antwoord geven op de maatschappelijke vraagstukken die in de veehouderij aan de orde zijn. Een transitie tot een zorgvuldige en duurzame veehouderij is noodzakelijk. Het gaat hierbij om een veehouderij waar de volksgezondheid geborgd is door onder andere een zorgvuldig en minimaal gebruik van antibiotica en het verbeteren van het diergezondheid management, waar het welzijn van de dieren centraal staat, duurzaam geproduceerde grondstoffen en energie worden gebruikt, emissies naar het milieu vergaand zijn verminderd zodat wordt voldaan aan de (Europese) milieudoelen, en de overlast voor de omgeving en de samenleving tot een minimum zijn teruggebracht. ”
Het kabinet somt een rijtje maatregelen op die ze al genomen heeft , of nog gaat nemen op het gebied van mest, antibiotica, dierenwelzijn, onderzoek&innovatie en het helpen zoeken naar nieuwe verdienmodellen. Vervolgens concludeert de minister dat van ongebreidelde groei van de veehouderij in Nederland geen sprake meer kan zijn. De minister vindt dat de grenzen aan de groei het best opgelegd kunnen worden door de regionale en lokale overheden, omdat het per gebied verschillend is. Het kabinet gaat de ‘Wet Dieren’ aanpassen, waardoor het voor deze regionale en lokale overheden mogelijk wordt een norm voor de veehouderijen te laten gelden.
Er komen drie mogelijkheden om een norm op te leggen;
– maximeren van de totale omvang van de veehouderij in een bepaald gebied
(inclusief het op “slot” zetten van een gebied),
– maximeren van de veehouderij intensiteit in een gebied, of
– begrenzing van een veehouderijlocatie in een gebied.

De minister gaat in overleg met de belanghebbenden en zal in de herfst van 2013 verslag doen van het overleg.

Pablo Titonell, hoogleraar ‘Farming systems ecology’ Wageningen wil landbouw ecologisch intensiveren
Pablo Titonell is sinds 16 mei 2013 benoemd als hoogleraar aan de Universiteit van Wageningen. Hij pleit in zijn inaugurele rede voor ecologische intensivering van de landbouw, door optimaal gebruik te maken van natuurlijke processen en het landschap. Alleen zo is het mogelijk op een duurzame wijze te voldoen aan de groeiende vraag naar voedsel. Voor 2050 becijfert prof. Tittonell op wereldschaal een groei van 70 procent in de vraag naar voedsel. De conventionele agrarische productie is naar zijn stellige overtuiging niet in staat die groei op te vangen. Niet alleen de groei in het gebruik van stikstofhoudende kunstmest bereikt zo langzamerhand de grens. Het beslag op fossiele energie vindt hij helemaal ontmoedigend. Tittonell berekent dat met het voeden van negen miljard mensen alleen met conventionele agrarische productie de wereldoliereserves in ongeveer twaalf jaar geheel zijn uitgeput. Voor Tittonell is de ‘groene revolutie’ mislukt. De snelle technologische vooruitgang van de laatste decennia heeft een landbouw opgeleverd die schaarse hulpbronnen verspilt, het milieu vervuilt, verantwoordelijk is voor verlies aan biodiversiteit en slecht is voor de gezondheid van de mens.

Titonell vindt het nog het meest opvallend dat er zo’n verschil is in investeringen door de overheid in onderzoek en ontwikkeling van technologie en kennis in de conventionele en in de biologische landbouw. Hij pleit voor meer publieke investeringen in de ontwikkeling van biologische en ecologische landbouw.
Lees hier meer over Pablo Titonell of lees hier de inaugurele rede van Pablo Titonell.