Friese GroenLinksers: college en Wetterskip moeten doorpakken in veenweideproblematiek

Agrarische kortetermijnbelangen lijken te prevaleren in het veenweideprogramma, aldus een gezamenlijke verklaring van de Statenfractie van GrienLinks in Provinciale Staten en de GroenLinks-fracties uit de acht ‘veenweidengemeenten’. “Het verhogen van de waterpeilen in de Hegewarren en Aldeboarn de Deelen is een goede eerste stap. Maar Gedeputeerde Staten en het Wetterskip stellen voor de rest van het veenweidegebied duidelijke maatregelen uit”, zegt Jochem Knol namens de GroenLinks politici.

“Op deze manier wordt het Lage Midden zout, wordt onze zoet (drink)watervoorziening bedreigd, blijft de bodem dalen, blijft de CO2 uitstoot bestaan en komt er geen oplossing voor de verdroging. Dit is voor niemand een oplossing. Niet voor de huizenbezitters, niet voor de natuur, niet voor ons watersysteem, niet voor het klimaat en uiteindelijk óók niet voor de landbouw.”

Het tussendoel voor 2030, zoals dat in het veenweideprogramma staat, wordt met de voorgestelde maatregelen niet gehaald. De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (Rli) raadt in haar rapport: ‘Stop bodemdaling in veenweidegebieden’ aan om concrete eind- en tussendoelen te stellen en als Rijk in te grijpen als de doelen door de provincies niet gehaald worden. GroenLinks vindt dat een goed idee. Overleg en draagvlak creëren is een goed uitgangspunt, maar met eindeloos polderen gaat de polder ten onder. We zien dat door onze provincie de noodzakelijke maatregelen uit worden gesteld. We hebben een maatschappelijke opgave die we met zijn allen moeten doen. Dat kan niet op deze manier; de inbreng van natuur, water en huizenbezitters is in dit plan te klein. Terwijl het de hoogste tijd is. “

Verklaring GrienLinks Statenfractie en GroenLinks raadsfracties van acht veenweidegemeenten over het veenweideprogramma (horende bij persbericht)


Veenweideprogramma: De polder gaat aan polderen ten onder

Om intensieve landbouw mogelijk te maken zijn de slootpeilen de afgelopen jaren tot wel een meter beneden het maaiveld verlaagd. Hierdoor verteert (oxideert) het veen. Daardoor zakt het maaiveld tot wel een centimeter per jaar en komt er heel veel CO2 in de lucht. Natuurgebieden verdrogen en de funderingen van wegen en duizenden woningen lopen schade op met alle sociale en financiële consequenties voor de gemeenten en huiseigenaren in het gebied. De kosten om het gebied droog te houden lopen snel op en langzaam maar zeker wordt het grondwater zouter en zouter. Als we nu geen maatregelen nemen in het hele veenweidegebied wordt het lage midden van Fryslân zout en wordt onze zoetwatervoorraad bedreigd. Is dat wat we willen?

In het veenweideprogramma wordt aangegeven dat in 2030 en uiteindelijk 2050 de daling van het maaiveld en CO2 uitstoot tot een aanvaardbaar niveau moet zijn teruggebracht. Dat tussendoel voor 2030 wordt bij lange na niet gehaald. De eerste goede stappen worden weliswaar gezet: in de Hegewarren gaat het peil omhoog tot veertig centimeter beneden het maaiveld. Uit onderzoek blijkt dat een hoger grondwaterpeil een beter resultaat oplevert. De landbouworganisaties hebben de doelstellingen naar beneden weten bij te stellen. Het is winst dat er nu eindelijk stappen worden gezet, maar het peil gaat vooralsnog alleen omhoog in 10 à 15 procent van het circa 70.000 ha grote veenweidegebied. Over dertig jaar ligt de rest van het gebied weer 20 à 30 centimeter lager en de problemen worden alleen maar groter.

Advies voor nationaal beleidskader met wettelijke doelen
De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (Rli) stelt in haar rapport: ‘Stop de bodemdaling in de veenweidegebieden’ dat: “Voortgaan op het pad van ontwatering, met aanhoudende bodemdaling en CO2-uitstoot tot gevolg, is op de lange termijn economisch, ecologisch en maatschappelijk onverantwoord.” De Raad adviseert het Rijk ‘een nationaal beleidskader op te stellen met een concreet doel voor het verminderen van bodemdaling in landelijke veenweidegebieden.‘ Ook adviseert de Raad ‘om voor de kortere termijn een tussendoel van 50% bodemdalingsreductie in 2030 wettelijk vast te leggen als harde norm.’

Wij pleiten voor meer maatregelen en concrete (tussen)doelen in het Veenweideprogramma 2020-2030. Natuurlijk is draagvlak de wens van alle partijen, maar het mag geen doel op zich zijn. De polder mag niet aan polderen ten ondergaan.

We hebben een maatschappelijke opgave waar we met ons allen verantwoordelijk voor zijn en waar we noodzakelijke maatregelen voor moeten treffen. Dat kan niet op deze manier; de inbreng van natuur, water, klimaat en huizenbezitters is in dit plan te klein. Uitgaan van de kortetermijnbelangen van de landbouw biedt ook geen soelaas voor een goede toekomst voor de landbouw in dit gebied.

Plus, uit de Groningse aardbevingsproblematiek hebben we geleerd dat als angst regeert, we blijven zitten met veel zwaar gedupeerde bewoners, dalende huizenprijzen en een gebied dat door velen als onaantrekkelijk wordt beschouwd. Echt ingrijpen in het gehele gebied, waarbij alle belangen worden afgewogen is noodzakelijk. Laten we het net zover komen als in Groningen?

Jochem Knol (Statenfractie GrienLinks)
Peter Lesterhuis (GL Smallingerland)
Thomas van Dijk (GL SúdWestFryslân)
Elske Beintema (GL Opsterland)
Anne Merkuur (GL De Fryske Marren)
Gaby Thijssen (GL Weststellingwerf)
Pim Astro (GL Leeuwarden)
Gerrie Rozema (GL Heerenveen)
Auke Sikma (GL lid Sociaal Links Dantumadiel)