Aandacht voor dorpsmolens

“We spreken vandaag over het initiatiefvoorstel van D66. Ik zal ook op dit stukje van de discussie blijven, hoewel ik op mijn lippen moet bijten om niet over de onderliggende problematische ruimtelijke verordening te beginnen. En dan kan ik kort zijn voorzitter, het voorstel steunen wij volmondig”, vertelde fractievoorzitter Charda Kuipers in het debat op 16 december 2020 over meer mogelijkheden voor dorpsmolens. Wel gaf ze aan te hopen op een heroverweging van de regels op het gebied van windenergie als bij de evaluatie van de RES 1.0 blijkt dat alles toch niet zo goed uitpakt als gesteld.

Op 16 december 2020 werd een initiatiefvoorstel van D66 besproken, waarin ze vragen om meer subsidiemogelijkheden voor dorpsmolens en om het laten vervallen van de maximale tiphoogte van 100 meter. GrienLinks steunde dit voorstel van harte, net als PvdD, CU en SP.

Charda Kuipers, in het debat:

“Tijdens de commissie gaf heer Knol van de FNP een ‘winstwaarschuwing’ richting D66. En het enige waar ik op dat moment aan kon denken was: hoezo deze opmerking richting een politieke partij? Die winstwaarschuwing had hij wellicht beter aan de insprekers kunnen richten. De dorpen trekken hier toch aan het kortste eind?

We spreken vandaag over het initiatiefvoorstel van D66. Ik zal ook op dit stukje van de discussie blijven, hoewel ik op mijn lippen moet bijten om niet over de onderliggende problematische verordening te beginnen. En dan kan ik kort zijn voorzitter, het voorstel steunen wij volmondig.

In een andere setting was ik misschien nog begonnen over de invloed van obstakelverlichting op draagvlak, en het belang van goede regelgeving daarvoor. Of had ik naar aanleiding van de expertmeeting voorstellen gedaan om te onderzoeken of clustering van windmolens op kansrijke plekken – en die hebben we gewoon in Fryslân – de impact op het landschap,, als grootste bezwaar kan beperken.

Graag had ik nog de discussie geopend over de haalbaarheid en betaalbaarheid van de energietransitie (twee pijlers uit de RES). Als plannen voor wind en zon complementair kunnen profiteren van één en dezelfde aansluiting op het netwerk bijvoorbeeld en daardoor zowel betaalbaarder als haalbaarder worden.

Voorzitter, men zegt weleens de molen draait niet met de wind die voorbij is, maar ik zal die inbreng nog even bewaren voor een geschikter moment. Wetende dat we ons deze vertraging eigenlijk niet kunnen permitteren.”

Gedeputeerde Sietske Poepjes gaf aan in haar reactie op het initiatiefvoorstel en de verschillende bijdragen dat de coalitie een balans gevonden tussen het belang van de energietransitie en dat van het landschap. “Er kan nu meer dan in vorige bestuursakkoord was toegestaan. Dorpsmolens mogen verhoogd worden, maar zit wel een beperking op, wegens bescherming van het landschap.” Ze vond dat het belangrijk is met gemeenten en de inwoners van de provincie in gesprek te gaan en gaf aan dat dat ook gebeurt bij de RES 1.0, maar dat er vanuit de provincie wel een beperking op windenergie zit. “Provinciale Staten, die democratisch gekozen zijn, hebben dat besloten. Daar kun je het mee oneens zijn, maar het is wel democratisch gelegitimeerd”, sprak ze.

Romke de Jong van D66 in reactie op de gedeputeerde: “Bedankt voor de mooie woorden. Wij willen ook met inwoners praten. Maar als de inwoners meegenomen waren, was het RES bod hoger geweest. Daarom vragen wij: kijk niet alleen naar de RES 1.0, maar ook naar de toekomst, 2030 en verder.

Ook GrienLinks gaf nog een boodschap aan het college mee: “Er wordt gezegd dat er met de huidige verordening meer ruimte is voor nieuwe molens. Ik hoop dat als bij de evaluatie vooraf aan de RES 1.0 blijkt dat die ruimte niet uitpakt zoals op papier gesteld, dat er dan een heroverweging mogelijk is op dit thema”, aldus Charda Kuipers.

Uitslag stemming:
Helaas haalde het initiatiefvoorstel het niet. D66, GrienLinks, PvdD, SP en CU stemden voor, maar 50PLUS, CDA, FNP, FvD, PVV, PvdA en VVD stemden tegen.

Eén antwoord op “Aandacht voor dorpsmolens”

  1. Als er nu plannen gemaakt worden voor windenergie, dan duurt het zeker 10 jaar voordat de turbines draaien. Dus als nu projecten ingediend worden, dan draaien de turbines na 2030.
    Windturbines kunnen het landschap ontsieren, als de verhouding mast en wiekdiameter niet klopt. De tiphoogte van windpark A7 is 120 meter. De mast is bijna net zo hoog als de wiekdiameter. Dat geeft een rustig beeld.
    Het nieuwe project Nei Hiddum Houw , hier mag de mast niet hoger dan 110 meter. De wiekdiameter is 136 meter. Dit beeld zal gedrochten creëren, die veel minder mooi zijn, dan windpark A7. Zo kan je je best doen, om turbines minder zichtbaar te maken en zo het tegenovergestelde realiseren. Nieuwe dorpsmolens zijn mooier, als de verhoudingen kloppen. Een tiphoogte van 120 meter kan mooier zijn, dan 100 meter.

Reacties zijn gesloten.