Gruttoplan laatste kans voor de weidevogels

Fryske tekst hjirûnder

” We hebben het leefgebied van weidevogels zover ontwatert en we gebruiken het zo intensief dat de ‘pykjes’ (kuikens van weidevogels) geen kans meer hebben om te overleven. Omdat we dat probleem niet echt willen aanpakken wil het CDA grijpen naar laatste redmiddelen als broedmachines. En zijn we bereid alle predatoren af te schieten. Met dat laatste creëer je een dierentuin.” Jochem Knol van GrienLinks pleitte voor herstel van de leefomgeving van weidevogels. Ook ónze leefomgeving….

De Staten bespraken de ‘Startnotitie Weidevogels‘ en de Evaluatie Weidevogels 2014-2020 . Er kon gekozen worden uit drie ambities.
Ambitieniveau 1: Accepteren neergaande lijn. Huidig beleid continueren. Minder dan 6700 gruttopaartjes in 2030. Ambitieniveau 2: Ombuigen neergaande lijn. 10.000 gruttopaartjes in 2030. 10 miljoen euro extra van het Rijk nodig. Ambitieniveau 3: Robuuste populatie. 15.000 gruttopaartjes in 2030. 5 miljoen euro van provincie en 10 miljoen van Rijk extra nodig.

Aantal gruttoparen als maatstaf
Het aantal gruttopaartjes wordt als maatstaf genomen voor de stand van de weidevogels in Fryslân. In 1990 kwamen er 30.000 gruttostelletjes voor in onze provincie en in 2020 waren er nog maar 6700. Jochem Knol: “Kiezen voor doorgaan op de huidige weg betekent einde verhaal voor de weidevogels. Niet onze keuze. Wat ons betreft zouden we kiezen voor ambitieniveau 3, maar we beseffen dat ambitieniveau 2 al een hele opgave is en zouden daar wellicht onder voorwaarden mee in kunnen stemmen.” Lees hier de hele bijdrage van Jochem Knol.

Meer geld en garanties
Jochem Knol: “Wat willen we: Ten eerste: Meer geld en garanties. Wat GrienLinks betreft krijgen de beheerders van de weidevogelgebieden, zowel de TBO’s als de boeren, voldoende vergoeding. Er moet meer geld voor ‘zwaar beheer’ komen (hoog waterpeil, extensief gebruik, later maaien). Het weidevogelaanvalsplan van Winsemius is gebaseerd op gedegen onderzoek en begint waar het hoort te beginnen: richt robuuste gebieden in met voldoende hoge waterpeilen, aangepast beheer en als het echt niet anders kan predatorenbeheer.
De opzet van de nota is goed, maar de onzekerheid groot. We nemen genoegen met het tegengaan van de teruggang en vragen dan aan anderen dat te betalen. Dit college heeft vaak mooie woorden, maar zodra we iets structureels aan de natuur willen doen houden we de hand op de knip. Daarom dienen we een motie in (samen met van Swol, PvdD en D66) om te zoeken naar dekking voor dit plan”.

Maaibeleid
“In de startnotitie Weidevogels wordt het vroege maaien als een van de oorzaken van de afname van het aantal weidevogels genoemd. Tijdens de inspraakreacties kwam naar voren dat het uitstel van de maaidatum in het beheer van 15 juni naar 1 juli, al dan niet in combinatie met mozaïekbeheer een substantiële bijdrage levert aan het vergroten aan de overlevingskans van de pykjes. Ook dat willen we graag onderzocht zien en daarvoor dienen we samen met van Swol, PvdD en SP een motie in. Gedeputeerde Hoogland ontraadde deze motie: “Dit gaat miljoenen kosten en het is al mogelijk om de datum in sommige beheerpakketten naar 1 juli te verschuiven.”

Weidevogelland behouden en daadwerkelijk compenseren als het niet anders kan
Jochem Knol: “Er vinden soms ontwikkelingen plaats waarbij leefgebied voor weidevogels teloor gaat. In de Omgevingsverordening is hiervoor financiële compensatie mogelijk, maar dat is een wassen neus. We moeten als éérste zorgen dat goed weidevogelland niet verloren gaat. We willen toch méér weidevogels? Nu wordt goed weidevogelland volgebouwd en voor een paar (tien)duizend euro’s heb je dat als projectontwikkelaar zo gecompenseerd. Maar daarmee heb je nog geen goed vogeltjesland terug. En als het dan moet, voorzitter, als er dan toch gebouwd moet worden, vervang dat wat je vernielt met iets dat gelijkwaardig vogelland is. Wij zeggen: als je iets duurzaam vernielt, moet je dat ook duurzaam compenseren.” Hij diende een motie in met van Swol en de PvdD om de tekst in de Omgevingsverordening aan te passen.

Predatie speelt hoofdrol in debat
Predatoren (zoals vossen en kraaien) eten weidevogels. Meerdere partijen benadrukten in het debat op 21 april dat predatie een belangrijke oorzaak is van de teruggang van het aantal weidevogels. In de Startnotitie zelf echter staat: ““De achteruitgang in het aantal weidevogels laat zich verklaren door verschillende omgevingsfactoren, waaronder het verlies van openheid en rust, de verstedelijking, de ruilverkaveling, de afname van geschikte gebieden en insecten én de toename van predatie. De intensivering van de landbouw speelt echter de belangrijkste rol. Kuiken vinden onvoldoende voedsel en dekking om vliegvlug te worden. Dit wordt veroorzaakt door kunstmatig laag gehouden waterpeilen, het verlies aan natte en bloemrijke weilanden, het gebruik van kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen en het vroege maaien.” Toch speelde de discussie over de predatie de hoofdrol in het debat. Jochem Knol: “”U heeft het steeds over predatie, dat laatste stapje dat mevrouw Janssen zo terecht zegt, maar wat gaan we doen om de biotoop van de weidevogels te verbeteren? Welke concrete maatregelen gaan we nemen? Daar heeft u het niet over!”.
Het CDA stelde voor opnieuw het inzetten van broedmachines te onderzoeken. Ook pleitte het CDA ervoor om de noodzaak voor predatie duidelijker op te nemen in de notitie. De VVD stelde voor om zoveel mogelijk solitaire bomen in weidevogelgebied om te kappen.

Alternatieven voor mestinjectie
FvD en FNP stelden in een motie voor om bij het Rijk te vragen om alternatieven voor mestinjectie mogelijk te maken, zoals pilots met het bovengronds uitrijden van drijfmest. Jochem Knol: “Wij zijn zeker vóór het bovengronds uitrijden van mest in plaats van de mestinjectie. Bovengronds uitrijden is veel beter voor het bodemleven. En dús voor de weidevogels. Maar in de motie wordt geen verschil gemaakt tussen gangbare en biologische drijfmest. In de pilots die op dit moment lopen voor het bovengronds uitrijden van mest, worden er voorwaarden gesteld aan de samenstelling van de mest. We willen dat de nieuwe pilots ook aan deze voorwaarden voldoen”.

De stemming
De motie maaibeleid van GL werd niet aangenomen. 8 Statenleden stemden voor (50plus, GL, SP, PvdD van Swol) en 25 Statenleden stemden tegen (VVD, CDA, FNP, PvdA, D66, CU, PVV, Forum, Goudzwaard)

De motie dekking weidevogelplan van GL werd wél aangenomen met 23 stemmen voor 20 tegen.

De motie weidevogelland daadwerkelijk compenseren (aanpassen in verordening) werd door Jochem Knol ingetrokken. “Gezien de toch vrij positieve reacties van sommige andere partijen gaan we samen aan de slag met deze motie en komen er op terug bij de behandeling van de verordening in oktober 2021”.

De motiealternatieven voor mestinjectie” van FvD en FNP werd aangenomen met 38 stemmen voor en 5 tegen (GL, PvdD, van Swol). Jochem Knol: “Het punt is dat bovengronds uitrijden van mest (dat als alternatief in de motie wordt genoemd) een goed idee is. MITS de mest van een goede samenstelling is. In de al lopende pilots voor bovengronds uitrijden van mest gelden dan ook voorwaarden. Zodat de mest ook echt goed is voor de bodem en dus voor de biodiversiteit en dus voor de weidevogels. De indieners wilden die voorwaarden niet opnemen in de motie. Dan schiet je je doel voorbij. Het moet wel met de goede mest gebeuren. Daarom stemmen we tegen deze motie.”

Het voorstel zelf werd aangenomen met 38 stemmen voor en 5 stemmen tegen (FvD en PvdD). Jochem Knol: “Omdat de motie over de dekking zoeken voor het weidevogelplan is aangenomen, gaan we toch vóór het weidevogelplan stemmen. In de hoop dat daarmee het Gruttoplan van Winsemius echt uitgevoerd kan worden.”
_____________________________________________________________________________________

Skriezeplan lêste kâns foar de greidefûgels

“Wy hawwe it leefgebiet fan greidefûgels safier ûntwettere en wy brûke it sa yntinsyf, dat de pykjes gjin kâns mear hawwe om te oerlibjen. Om’t wy dat probleem net echt oanpakke wolle, wol it CDA gripe nei lêste rêdmiddels as briedmasinen. En binne wy ree om alle predatoaren ôf te sjitten. Mei dat lêste kreëarje je in dieretún.” Jochem Knol fan GrienLinks pleite foar it wer yn oarder bringen fan de leefomjouwing fan greidefûgels. Ek ús leefomjouwing….

De Steaten besprutsen de ‘Startnotysje Greidefûgels’ en de Evaluaasje Greidefûgels 2014-2020. Der koe keazen wurde út trije ambysjes.
Ambysjenivo 1: Akseptearjen delgeande line. Hjoeddeistich belied fuortsette. Minder as 6700 skriezepearkes yn 2030. Ambysjenivo 2: Ombûgjen delgeande line. 10.000 skriezepearkes yn 2030. 10 miljoen euro ekstra fan it Ryk nedich. Ambysjenivo 3: Robúste populaasje. 15.000 skriezepearkes yn 2030. 5 miljoen euro fan de provinsje en 10 miljoen fan it Ryk ekstra nedich.

Tal skriezepearen as mjitstêf
It tal skriezepearkes wurdt as mjitstêf naam foar de stân fan de greidefûgels yn Fryslân. Yn 1990 kamen der 30.000 skriezespantsjes foar yn ús provinsje en yn 2020 wiene der noch mar 6700. Jochum Knol: “Kieze foar trochgean op de besteande wei betsjut einde ferhaal foar de greidefûgels. Net ús kar. Wat ús oanbelanget soene wy kieze foar ambysjenivo 3, mar wy beseffe dat ambysjenivo 2 al in hiele toer is en soene dêr faaks ûnder betingsten mei ynstimme kinne.” Lês hjir de hiele bydrage fan Jochem Knol.

Mear jild en garânsjes
Jochum Knol: “Wat wolle wy: Yn it foarste plak: Mear jild en garânsjes. Wat GrienLinks oanbelanget krije de behearders fan de greidefûgelgebieten, sawol de TBO’s as de boeren, genôch fergoeding. Der moat mear jild foar ‘swier behear’ komme (heech wetterpeil, ekstinsyf gebrûk, letter meane). It greidefûgeloanfalsplan fan Winsemius is basearre op yngeand ûndersyk en begjint dêr’t it heart te begjinnen: rjochtsje robúste gebieten yn mei genôch hege wetterpeilen, oanpast behear en as it echt net oars kin predatoarebehear.
De opset fan de nota is goed, mar de ûnwissens grut. Wy binne tefreden mei it tsjingean fan de tebekgong en freegje dan oan oaren dat te beteljen. Dit kolleezje hat faak moaie wurden is, mar sadree’t wy wat struktureels oan de natuer dwaan wolle, hâlde wy de hân op ‘e knip. Dêrom tsjinje wy in moasje yn (yn ‘e mande mei Van Swol, PvdD en D66), om te sykjen nei dekking foar dit plan”.

Meanbelied
“Yn de startnotysje Greidevogels wurdt it betide meanen as ien fan de oarsaken fan it ôfnimmen fan it tal greidefûgels neamd. By de ynspraakreaksjes kaam nei foaren dat it útstel fan de meandatum yn it behear fan 15 juny nei 1 july, al of net yn kombinaasje mei mozaykbehear, in substansjele bydrage leveret oan it fergrutsjen fan de oerlibbingskâns fan de pykjes. Dat wolle wy ek graach ûndersocht sjen en dêrfoar tsjinje wy yn ‘e mande mei Van Swol, PvdD en SP in moasje yn. Deputearre Hoogland hat dy moasje ôfret: “Dit sil miljoenen kostje en it is al mooglik om de datum yn guon behearpakketten nei 1 july te ferskowen.”

Greidefûgellân hâlde en pas kompensearje as it net oars kin
Jochum Knol: “Der binne soms ûntwikkelingen dêr’t leefgebiet foar greidefûgels by ferlern giet. Yn de Omjouwingsferoardering is dêrfoar finansjele kompensaasje mooglik, mar dat hat neat om ‘e hakken. Wy moatte der as earste foar soargje dat goed greidefûgellân net ferlern giet. Wy wolle dochs mear greidefûgels? No wurdt goed greidefûgellân folboud en foar in pear (tsien)tûzen euro’s hast dat as projektûntwikkeler sa kompensearre. Mar dêrmei hasto noch gjin goed fûgeltsjelân werom. En as it dan moat, foarsitter, as der dan dochs boud wurde moat, ferfang dat wat je ferniele troch eat dat lykweardich fûgellân is. Wy sizze: as jo wat duorsum ferniele, moatte jo dat ek duorsum kompensearje.” Hy tsjinne in moasje yn mei Van Swol en de PvdD om de tekst yn ‘e Omjouwingsferoardering oan te passen.

Predaasje spilet haadrol yn debat
Predatoaren (lykas foksen en krieën) ite greidefûgels. Ferskate partijen beklammen yn it debat op 21 april dat predaasje in wichtige oarsaak is fan de tebekgong fan it tal greidefûgels. Yn de Startnotysje sels lykwols stiet: “De efterútgong yn it tal greidefûgels lit him ferklearje troch ferskillende omjouwingsfaktoaren, dêrûnder it ferlies fan iepenheid en rêst, de ferstêdliking, de ruilferkaveling, it ôfnimmen fan gaadlike gebieten en ynsekten èn it tanimmen fan predaasje. De yntinsivearring fan de lânbou spilet lykwols de wichtichste rol. Piken fine net genôch iten en dekking om fleanfluch te wurden. Dat wurdt feroarsake troch keunstmjittich leech holden wetterpeilen, it ferlies oan wiete en blomrike greiden, it brûken fan keunstdong en gewaaksbeskermingsmiddels en it betide meanen.” Likegoed spile de diskusje oer de predaasje de haadrol yn it debat. Jochum Knol: “Jo hawwe it hieltyd oer predaasje, dat lêste stapke, sa’t frou Janssen sa terjochte seit, mar wat sille wy dwaan om de biotoop fan de greidefûgels te ferbetterjen? Hokker konkrete maatregels sille wy nimme ? Dêr hawwe jo it net oer!”
It CDA stelde út om op ‘e nij it ynsetten fan briedmasinen te ûndersykjen. Ek pleite it CDA derfoar om de needsaak foar predaasje dúdliker op te nimmen yn de notysje. De VVD stelde foar om safolle mooglik solitêre beammen yn it greidefûgelgebiet om te kappen.

Alternativen foar dongynjeksje
FvD en FNP stelden yn in moasje foar om by it Ryk te freegjen om alternativen foar dongynjeksje mooglik te meitsjen, lykas pilots mei it boppegrûnsk útriden fan driuwdong. Jochum Knol: “Wy binne wis foar it boppegrûnsk útriden fan dong yn stee fan de dongynjeksje. Boppegrûnsk útriden is folle better foar it boaiemlibben. En dús foar de greidefûgels. Mar yn de moasje wurdt gjin ferskil makke tusken gongbere en biologyske driuwdong. Yn de pilots dy’t op dit stuit rinne foar it boppegrûnsk útriden fan dong, wurde der betingsten steld oan de gearstalling fan de dong. Wy wolle dat de nije pilots ek oan dizze betingsten foldogge”.

De stimming
De moasje meanbelied fan GL waard net oannaam. 8 Steateleden stimden foar (50plus, GL, SP, PvdD en Van Swol) en 25 Steateleden stimden tsjin (VVD, CDA, FNP, PvdA, D 66, CU, PVV, Forum, Goudzwaard)

De moasje dekking greidefûgelplan fan GL waard al oannaam mei 23 stimmen foar en 20 tsjin.

De moasje greidefûgellân werklik kompensearje (oanpasse yn feroardering) waard troch Jochum Knol ynlutsen. “Mei it each op de dochs frij positive reaksjes fan guon oare partijen geane we mei-inoar oan de slach mei dizze moasje en komme der op werom by de behanneling fan de feroardering yn oktober 2021”.

De moasje ‘alternativen foar dongynjeksje’ fan FvD en FNP waard oannaam mei 38 stimmen foar en 5 tsjin (GL, PvdD, Van Swol). Jochum Knol: “It punt is dat boppegrûnsk útriden fan dong (dat as alternatyf yn de moasje neamd wurdt) in goed idee is. MITS de dong fan in goede gearstalling is. Yn ‘e al rinnende pilots foar boppegrûnsk útriden fan dong jilde dan ek betingsten. Sadat de dong ek echt goed is foar de boaiem en dus foar de biodiversiteit, en dus foar de greidefûgels. De yntsjinners woene dy betingsten net opnimme yn de moasje. Dan sjitte je jins doel foarby. It moat wol mei de goeie dong dien wurde. Dêrom stimme wy tsjin dizze moasje.”

It foarstel sels waard oannaam mei 38 stimmen foar en 5 stimmen tsjin (FvD en PvdD). Jochum Knol: “Om’t de moasje oer it dekking sykjen foar it greidefûgelplan oannaam is, sille wy dochs foar it greidefûgelplan stimme. Yn ‘e hope dat dêrmei it Skriezeplan fan Winsemius echt útfierd wurde kin.”