Slakken

Column door Jochem Knol

Wolven, reeën damherten, (verwilderde) katten en weidevogels: we maken ons er binnen de Provinciale Staten heel erg druk om. Als echte groene partij komen we op voor alles wat groeit en bloeit. Bij de behandeling van het faunabeleid en de bescherming van de weidevogels vroegen we ons af hoever je mag of moet gaan met het beschermen van soorten. Mag je het ene dier doden om een ander dier te redden? In de Staten voeren we best felle discussies over het predatorenbeleid, mogen we om de weidevogels te redden steenmarters, bunzingen, roofvogels en zelfs katten afschieten?

Natuurlijk willen we grotere leefgebieden, maar wat als zelfs natuurbeschermingsorganisaties zeggen dat je predatoren mag vangen en doden? Wat te doen als preventieve maatregelen niet meer helpen en verkeersveiligheid in het gedrang komt?
Tijdens die discussies in de fractie hebben we het ook over de andere zaken die er toe doen. Het beschermen van de boontjes en sla in onze tuinen tegen de slakken die dit vochtige voorjaar menig tuinierend fractielid tot wanhoop brachten. Wat doe je als een torentje naaktslakken de koolplanten tot op de grond afvreten? Gelukkig kwam oprapen en elders weer wegbrengen als meest serieuze optie naar voren. Maar de eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat eigenlijk niks helpt en we sluiten niet uit dat ook GrienLinksers uitzonderingen maken. Aan de leden de vraag: wat is de meest diervriendelijke methode om overlast van slakken tegen te gaan en waar leg jij je grens?

Weer een politiek dilemma.

3 antwoorden op “Slakken”

  1. In onze (kleine) kas raapte ik met het natte weer bijna dagelijks slakken en die gooide ik in de sloot …. Ben het niet helemaal met me zelf eens, maar deed het toch. De slakken die ik in de moestuin ‘betrap’, raap ik meestal op en gooi ik weg in het gras. In de bloementuin laat ik ze meestal lopen.

  2. Mijn uitgangspunt is dat door menselijke behoeftes geen soorten planten of dieren mogen verdwijnen. Soms moeten ze wel een stapje terug doen. Vroeger liepen ook hier tijgers en mammoeten rond en we zijn blij dat dit niet meer zo is, ik wel tenminste, blij dat er geen beren door de straat lopen. Ziedaar een uitzondering en de geschiedenis kent vele uitzonderingen en er komen ook nog meer daarvan ben ik overtuigd. Bepaalde virussen en bacteriën zouden we wel van af willen denk ik zo. Andere kunnen we weer niet missen. Het blijft puzzelen en bij voorkeur op wetenschappelijke gronden politieke besluiten nemen over wat wel en wat niet beschermd moet worden en wat bestreden.

  3. Wij hebben een afspraak met de natuur. De helft van de opbrengst is voor ons, de andere helft weer voor de natuur (vogels, slakken, insecten etc.)

Reacties zijn gesloten.