GrienLinks kritisch op nieuwe gasafspraken: 5% voor de regio is volstrekt onvoldoende

Jochem staat in de Statenzaal en stelt zijn mondelinge vragen

Het (oud)demissionaire kabinet heeft nieuwe afspraken gemaakt met de olie- en gassector over gaswinning uit bestaande velden. Regio’s waar wordt gewonnen krijgen voortaan 5% van de winst. Voor GrienLinks en PvdA is dit resultaat zeer teleurstellend. Tijdens de Statenvergadering van 28 januari 2026 stelden wij daarom mondelinge vragen aan het college.

De provincie heeft zich steeds uitgesproken vóór het stoppen van gaswinning op land. Die inzet staat nog steeds, aldus Gedeputeerde Staten (GS). Er lopen momenteel 19 aanvragen (18 gas en 1 zout) en hierover zijn tussen provincie en rijk noch rijk en winningsbedrijven geen afspraken overgemaakt. De gedeputeerde heeft toegezegd een overzicht van deze aanvragen te versturen.

De noordelijke provincies niet betrokken geweest bij de onderhandelingen over de nieuwe afspraken over de bestaande velden; zij zijn slechts achteraf geïnformeerd. Ook bewoners uit winningsgebieden zijn, voor zover bekend, niet meegenomen in het proces. Dat vinden wij pijnlijk en onacceptabel.

Daarnaast roept die 5% veel vragen op. Wat wordt precies onder ‘winst’ verstaan? Wie controleert dat? En staat dit bedrag in verhouding tot de schade aan woningen, landbouw, water en infrastructuur – nu en in de toekomst? GS gaf aan zelf ook verhelderende vragen te hebben gesteld over de berekening van de winst.

Zorgelijk is bovendien dat cumulatieve effecten – zoals bodemdaling in combinatie met veenweideproblematiek en waterbeheer – nog steeds onvoldoende in beeld zijn. De bewijslast ligt bij inwoners en ondernemers, terwijl zij tegenover grote bedrijven staan.

Het college erkent dat het resultaat onbevredigend is maar zij wel stappen blijven zetten. GrienLinks blijft aandringen op een eerlijker aandeel voor de regio, betere rechtsbescherming voor inwoners en een koers richting het beëindigen van gaswinning op land. Maak van Fryslân geen mijnbouwparadijs!

GrienLinks wil duidelijkheid over staalslakken in Leeuwarden – schriftelijke vragen

Een afbeelding van een auto die rijdt over de snelweg

Tijdens de Statenvergadering van 28 januari 2026 stonden de staalslakken bij de haak om Leeuwarden opnieuw op de agenda naar aanleiding van een nieuwsbericht in de Leeuwarder Courant waaruit blijkt dat de problemen groter zijn dan eerder gedacht.

BBB stelde mondelinge vragen aan het college. Zij vroegen onder meer:

1. waarom de antwoordbrief van de provincie (15 juli 2025) een andere toon had dan die van de gemeente Leeuwarden (27 mei 2025);

2. op welke momenten er sinds mei 2025 is afgestemd met Rijkswaterstaat, gemeente en Wetterskip;

3. welke acties in het eerste kwartaal van 2026 worden ondernomen;

4. welke constructieve en milieutechnische risico’s er spelen;

5. en wanneer er een duidelijke communicatiestrategie komt, inclusief informatie over afsluitingen en omleidingen.

Het college gaf aan dat er sinds mei meerdere afstemmingsmomenten zijn geweest en dat in Q1 2026 maatregelen volgen vanuit de zorgplicht om het uittreden van water te stoppen. Daarna moeten bestuurlijke keuzes worden gemaakt over de definitieve oplossing (afdekken of afgraven). Een tijdelijke volledige afsluiting van de weg lijkt waarschijnlijk.

GrienLinks stelde al eerder schriftelijke vragen met de PvdA en FNP. Hierom, naar aanleiding van berichtgeving in de Leeuwarder Courant, hebben we vervolgvragen gesteld. Wij vroegen vooral aandacht voor:

1. mogelijke milieuschade en cumulatieve effecten;

2. de rol- en taakverdeling tussen overheden;

3. monitoring en toezicht;

4. en een overzicht van andere locaties in Fryslân waar staalslakken zijn toegepast.

Voor GrienLinks staat voorop dat veiligheid, transparantie en milieubescherming leidend moeten zijn. Inwoners hebben recht op volledige duidelijkheid – niet op verschillende boodschappen van verschillende overheden. Wij blijven dit dossier volgen.

Zie HIER de antwoorden op de schriftelijke vragen.

Bij REC worden PFAS en ZZS niet mee geteld


Namens onze fractie stelt Jochem mondelinge vragen tijdens de PS-vergadering over een zorgwekkend krantenartikel van Trouw van 13 juni 2025 over de uitstoot van schadelijke stoffen uit de schoorstenen van de REC in Harlingen. Het is al enige tijd bekend dat uit deze schoorsteen schadelijke stoffen komen, waaronder zware metalen, dioxines en PFAS. Deze stoffen slaan neer in de omgeving van de afvaloven en zijn zeer moeilijk afbreekbaar, waardoor opeenhoping plaatsvindt. In de eieren van hobbykippen rond de centrale komen zeer hoge gehalten aan PFAS voor. En het is zeer aannemelijk dat deze gehalten aan schadelijke stoffen mede afkomstig zijn uit de schoorsteen van de REC.

De mate waarin kan niet worden vastgesteld, omdat continue metingen in de schoorsteen helaas niet worden uitgevoerd. Het nemen van gerichte maatregelen om de verslechtering van de kwaliteit van de bodem en het water in de omgeving van Harlingen en in de Waddenzee wordt door het ontbreken van deze gegevens bemoeilijkt.

Een en ander is aanleiding voor het stellen van de volgende vragen;
1. Waarom worden geen continue metingen van de uitstoot van schadelijke stoffen, zoals zware metalen, dioxines en PFAS in de schoorsteen van de REC in Harlingen uitgevoerd? Zijn hiervoor in de vergunningen voorschriften opgenomen en zo ja welke? Zo nee, waarom niet?

Gedeputeerde Folkerts geeft aan dat dit wel het geval was. Bij de REC en de omgeving van de REC wordt volgens de gedeputeerde veel bemonsterd en gemeten, met name bij storingen. En deze vallen binnen de grenzen die we gesteld hebben, aldus Folkerts . In de afgelopen jaren zijn er diverse keren extra metingen geweest onder anderen door de Fumo en GGD, en de uitkomsten daarvan zijn gepubliceerd. De ZZS-stoffen hebben onze aandacht, ook bij de FUMO, aldus Folkerts.

2. Ook andere sectoren kunnen verantwoordelijk zijn voor diffuse verontreinigingen, maar kunnen nu wellicht ten onrechte worden aangesproken. Kunt u aangeven of, en zo ja op welke wijze inzicht bestaat in de diffuse verontreinigingen in de omgeving van Harlingen en in welke mate dit afkomstig is van de REC?

Volgens gedeputeerde Folkerts zit een aanname in deze vraag. In de omgeving bij de REC wordt zeer intensief gemeten. Er kan volgens Folkerts namelijk nog niet gezegd worden dat er sprake is van een correlatie met de zeer hoge gehalten die worden gemeten in de omgeving van de REC en de uitstoot door REC.

3. Welke rol speelt GS in het in gesprekken met de REC in Harlingen? Hoe vaak vindt overleg plaats en welke (concrete) acties vloeien uit dit overleg voort?

FUMO is verantwoordelijk voor de toezicht en de handhaving, aldus Folkerts. Er is een team die hierop monitort en toezicht houdt. Er is veel ambtelijk contact met elkaar, met name bij incidenten en storingen. College van Harlingen is ook nauw betrokken. En “de petearren binne noflik”.

4. Deelt GS de mening van GrienLinks dat alleen transparantie over de werkelijk uitstoot en een juiste handhaving de zorgen van bewoners en (agrarische) bedrijven in de omgeving van de REC kunnen beteugelen. Zo ja wat gebeurt er om deze informatie te delen en/of te verbeteren?

Fokerts en het college van GS, delen deze mening, en vinden openheid en transparantie van gegeven zeer belangrijk.

Jochem is niet tevreden met de antwoorden en stelt in zijn vervolgvraag aan de orde dat PFAS sinds kort op de ZZS-lijst staan. Dit betekent dat bedrijven de uitstoot moeten minimaliseren en de best beschikbare technieken moeten gebruiken. Immers het gaat hier om de gezondheid van onze inwoners en onze omgeving. Jochem vraagt dan ook of het college van GS bereid is om de metingen uit te breiden naar deze PFAS?

De gedeputeerde geeft aan dat dit klopt, de metingen van PFAS en ZZS worden niet (meer) meegenomen. Echter, “we kunnen deze stoffen nog niet toevoegen aan de metingen”, aldus gedeputeerde Folkerts. En dit is teleurstellend, want hoe kunnen we dan beoordelen of PFAS en ZZS de komende zullen worden geminimaliseerd?

Laat provincies bepalen waar cohesiegeld naartoe gaat!

De Europese Commissie werkt momenteel aan nieuw beleid voor de zogenaamde cohesiefondsen als het ESF+ en EFRO. Dat zijn subsidies die bedoelt zijn voor het kleiner maken van de verschillen tussen regio’s. Vanaf 2028 lopen deze cohesiefondsen vanuit een efficiency-oogpunt mogelijk via Den Haag, in plaats van rechtstreeks naar onze regio. Dat betekent ook dat onze nationale regering straks mogelijk beslist welke projecten worden ingediend in Brussel. Dit bemoeilijkt de directe toegang van Fryslân en onze regionale economie, overheden en bedrijven tot Europese middelen.

De fracties PvdA, GrienLinks en het CDA vinden dit een ongewenste ontwikkeling en daarom stelt Jaap Stalenburg, ook namens Elsa van der Hoek, mondelinge vragen aan het college van gedeputeerde staten.

Het kost Noord-Nederland mogelijkheden’, reageerde gedeputeerde Douwstra op dit mogelijk nieuwe beleid tijdens de Fryslândei, omdat deze fondsen juist bedoeld zijn voor regio’s die in vergelijking met de rest van het land een economische achterstand hebben. De directe toegang van Fryslân tot Brussel zijn om deze reden essentieel. Ook in meerdere Europese beleidsstukken, waaronder een speech van burgemeester Sharon Dijksma van Utrecht namens de VNG, wordt erop gewezen dat steden en regio’s cruciaal zijn voor het behalen van EU-doelen op klimaat, innovatie en sociale inclusie en de risico’s van centralisatie voor regionale economieën en innovatie.

In de beantwoording van de vragen geeft het college aan dat zij bereid zijn zich meer actief in te zetten in Den Haag én Brussel tegen deze centralisatie en te pleiten voor behoud van decentrale bestedingen van EU-gelden. Via de P&C-cyclus, het IPO– en Europa-overleg zal het college de Provinciale Staten meer én beter op de hoogte houden van de verdere ontwikkelingen en vervolgstappen op dit dossier.

Wordt vervolgd!

Oeps! Concept sticker vergeten bij Landbouwbeurs

Op 5 december heeft het college van Gedeputeerde Staten de nieuwe Beleidsbrief Landbouw Provincie Fryslân gepresenteerd. Deze landbouwbrief moet woensdag 29 januari aanstaande nog door de Provinciale Staten worden besproken en vastgesteld. Echter, tijdens de Landbouwbeurs in het WTC van 11 tot 13 december jl. was deze beleidsbrief al uitgedeeld als zijnde het nieuwe beleid, zonder duidelijk daarbij aan te geven wat de status van het stuk is. GrienLinks en VVD dienen de mondelinge vragen van de SP daarom mee in.

In de beantwoording erkend de gedeputeerde Kooistra dat hij de initiatiefnemer is. Samen met het ambtelijk apparaat deelde hij de Landbouwbrief uit aan de aanwezige bezoekers. Op deze manier wilde de gedeputeerde Kooistra “het gesprek aangaan met de stakeholders”. Gedeputeerde Kooistra erkende dat in het begin niet alle beleidsstukken waren voorzien van een ‘concept’ sticker. Wel hebben de aanwezige ambtenaren expliciet (mondeling) aangegeven dat de landbouwbrief nog moest worden vastgesteld door de PS.

“Toen er enige commotie ontstond, hebben we na overleg toch nog alle Landbouwbrieven voorzien van een ‘concept’ sticker”

De indienende partijen stellen dit onderwerp aan de orde, er kunnen immers in de komende Statenvergadering nog belangrijke wijzigingen vastgesteld worden door de Provinciale Staten. In totaal zijn er tijdens de Landbouwbeurs 30 exemplaren uitgedeeld. De Beleidsbrief Landbouw is inmiddels meer dan 175 keer gedownload van de Provinciale site.

Vragen over zoutwinput onder Waddenzee

Er werden nog meer mondelinge vragen gesteld tijdens de Provinciale Staten van 23 oktober 2024 over het Mijnbouw-dossier. Daan Oliver heeft namens de PvdA, GrienLinks, SP en PvdD mondelinge vragen gesteld over de zoutwinput onder de Waddenzee. Eind augustus heeft Minister Hermans van Klimaat en Groene Groei groen licht gegeven voor een nieuwe zoutwinput onder de Waddenzee. In het gebied rondom Harlingen en Wijnaldum is door zoutwinning al heel veel leed veroorzaakt. Wat GrienLinks betreft hadden de seinen dus op donkerrood moeten staan.

Onze grootste zorgen zijn dat het Staatstoezicht op de Mijnen ‘nadelige gevolgen voor het aspect bodemwinning niet uitsluit’, maar de Minister aangeeft dat dit buiten de vergunning valt en ingrijpt zodra de bodemdaling te fors zou worden, ook wel het ‘hand aan de kraan’-principe. In de praktijk weten we dat je dan vaak al veel te laat bent en schade aan natuur, leefomgeving, alsmede woningen en landbouwgrond vaak al is aangericht en onomkeerbaar is.

De gedeputeerde Douwstra geeft aan dat hij ook de schrijnende situatie herkend. En dat de Provincie zeer nauw optrekt met de eigenaar van de zeedijk, het Wetterskip. ‘Echter, ook in dit dossier zijn de juridische mogelijkheden beperkt voor de Provincie’, aldus Douwstra. Jochem benadrukt nog eens onze zorgen over de ecologische schade en vraagt of er al onderzoek is gedaan naar de ondergrondse waterstromen. Gedeputeerde Douwstra komt hierop schriftelijk terug. Het moge duidelijk zijn dat ook Jochem, namens GrienLinks, weer terugkomt met vragen over dit belangrijke onderwerp!

Lees hier de mondelinge vragen die GrienLinks mee heeft ingediend