Afhandeling funderingsschade evalueren door de NRK


Dertien woningen/bedrijven in de Groote Veenpolder hebben lang niet altijd duidelijkheid over de afhandelingen van vastgestelde funderingsschade na waterpeilverlagingen. In 2022 en 2023 zijn er in de Provinciale Staten voorstellen aangenomen om deze inwoners te helpen. Na het stellen van schriftelijke vragen op 23 juli 2025 is het voor onze fractie Grienlinks, de BBB en de FNP onduidelijk waarom de afhandeling lang duurt. Met een landelijke aanpak in het vooruitzicht lijkt het de fracties hierom verstandig een evaluatie uit te laten voeren door een onafhankelijk orgaan: de noordelijke rekenkamer.

Om dit voor te leggen aan de Provinciale Staten buiten de geagendeerde onderwerpen dienen we een motie vreemd in: een voorstel dat zowel urgent als actueel is maar niet past in één van de agendaonderwerpen. Het voorstel geeft namens de Provinciale Staten de opdracht aan de Noordelijke Rekenkamer een evaluatie uit te laten voeren.

Tijdens de behandeling van de motie geeft de Gedeputeerde Douwstra aan dat hij de motie, en het proces voorafgaand als prettig heeft ervaren. Hij is verder blij met het NRI rapport van afgelopen jaar maar hij is waakzaam voor de voorbeeldfunctie die Fryslân hierin speelt. Er valt immers op dit dossier nog wat te leren. Hierom verwelkomt hij een onafhankelijk onderzoek, al wordt er ook intern onderzoek naar de afhandeling gedaan. Daarbij kan het College van Gedeputeerde Staten geen opdracht geven aan de Noordelijke Rekenkamer, deze bevoegdheid ligt bij de Provinciale Staten.

Met een kleine aanpassing in het dictum van de motie, waarin de Provinciale Staten de opdracht uitzetten naar de Noordelijke Rekenkamer kan deze in stemming worden gebracht.

Met 29 stemmen voor (JA21, PvdD, PBF, SP, GrienLinks, CU, D66, VVD, FNP en BBB) en 13 stemmen tegen (PVV, PvdA, Jonker, CDA, Van Dijk) is de motie vreemd aangenomen.

Meer grip, minder chaos: debat over toekomst OV

Op 26 maart 2025 dienden PvdA en GrienLinks de motie Meer grip, minder chaos in tijdens de Statenvergadering. De aanleiding was de moeizame start van de nieuwe OV-concessie met Qbuzz, die kampt met rituitval, vertragingen, gebrekkig materieel en een hoge werkdruk voor chauffeurs. Dit probleem beperkt zich niet tot Fryslân; ook in andere provincies zoals Zuid-Holland en Zeeland zijn vergelijkbare kwesties zichtbaar. Betrouwbaar openbaar vervoer is noodzakelijk voor veel inwoners. Veel daarvan zijn afhankelijk van het busvervoer voor hun school of werk.

De motie vroeg het college om te onderzoeken wat er juridisch, organisatorisch en financieel nodig is om een provinciaal OV-bedrijf op te zetten, zodat inbesteding van vervoerconcessies een realistische optie wordt. Daarnaast werd verzocht om een startnotitie op te stellen met de belangrijkste stappen en kaders hiervoor.

Tijdens het debat werd al snel duidelijk dat de meningen sterk uiteenliepen. PvdA, ook namens GrienLinks, betoogde dat de huidige problemen met Qbuzz laten zien dat marktwerking in het openbaar vervoer niet werkt. Ze verwezen daarbij naar een wetsvoorstel in de Tweede Kamer dat inbesteding door provincies mogelijk zou maken. De PVV deelde de kritiek op de concessie en stelde dat er naar alle mogelijke oplossingen gekeken moest worden om het openbaar vervoer toegankelijk en betaalbaar te houden. Tegelijkertijd vonden ze het beter om de discussie over de motie op een later moment te voeren, wanneer het landelijke wetsvoorstel verder gevorderd is.
De BBB stelde een andere aanpak voor en pleitte voor een expertmeeting na meer evaluatie van de huidige concessie. Volgens hen zou dit meer inzicht geven in de opties, waarna een eventuele startnotitie overwogen kon worden. De SP steunde de motie, maar uitte frustratie dat dit probleem pas nu aandacht kreeg, terwijl de signalen al langer duidelijk waren.

Aan de andere kant van het spectrum stonden de VVD en het CDA, die tegen de motie waren. De VVD betoogde dat marktwerking juist efficiëntie bevordert en kosten verlaagt. Het CDA voegde daaraan toe dat de kwaliteit van het openbaar vervoer volgens reizigers is verbeterd sinds de invoering van marktwerking en dat het te vroeg was om nu al alternatieven te overwegen, aangezien de huidige concessie nog negen jaar loopt.
Het college sloot zich aan bij het standpunt van de PVV en het CDA en wees op de kritische houding van de Raad van State ten aanzien van het wetsvoorstel. Ze benadrukten dat er eerst grondig onderzoek nodig is naar de juridische haalbaarheid van inbesteding. Daarnaast vonden ze de motie voorbarig, aangezien het nog negen jaar duurt voordat de huidige concessie afloopt. Ook wezen ze erop dat een startnotitie extra ambtelijke kosten met zich meebrengt, terwijl de motie geen financiële dekking daarvoor bevatte.

Uiteindelijk besloot de PvdA de motie in te trekken en samen met de BBB een expertmeeting te organiseren. Op basis van die bijeenkomst kan het onderwerp later opnieuw op de agenda worden gezet. De mobiliteit van inwoners in Fryslân, jong en oud, staat wat ons betreft voorop. Ondanks de intrekking van de motie is dit een stap in de richting van openbaar vervoer dat niet wordt onderworpen aan marktwerking!

Motie voor benutten stikstofruimte na weigeren vergunning voor natuurvriendelijk oeverproject in Grou

De GrienLinks-Statenfractie diende op 28 februari 2024 samen met de PvdA, PvdD, D66 en SP een motie in om het ’tijdelijk benutten van stikstofruimte voor maatschappelijke opgaves (zonder strijdigheid voor Pas-melders)’ mogelijk te maken. Dit was naar aanleiding van een gezamenlijk project bij Grou met het Wetterskip voor een natuurvriendelijke oever. Op het moment dat – na drie jaar hard werken samen met het Wetterskip – alles geregeld was en er alleen nog een handtekening en een natuurvergunning nodig was van Gedeputeerde Staten, besloot Gedeputeerde Staten dat er geen natuurvergunning verstrekt kon worden. Verder lezen