Wetterwaarmte, hoogspanningskabels en het kaartje van Kooistra

De Contourenschets Omgevingsvisie van Fryslân zorgde voor een lange en bewogen discussie. Dit ene agendapunt resulteerde uiteindelijk in een vijf uur durend debat waarin één amendement en 27 moties, waarvan één motie van treurnis, werden besproken. Maar het was niet zonder succes, alle vier moties van GrienLinks zijn met grote meerderheid aangenomen!

Brede welvaart als kompas
Tijdens het betoog benadrukt Charda dat onze fractie wil dat de omgevingsvisie zich richt op de lange termijn en dat alle plannen, wat ons betreft, beginnen met dezelfde vraag: “Op welke wijze kan dit plan bijdragen aan brede welvaart en het verbeteren van de kwaliteit van de omgevingswaarden?”. En dit is een ongelofelijk complex geheel en daarbij is goed advies en meedenkkracht onmisbaar. “We roepen GS op, maak veel meer gebruik van de expertise die zich in de provincie bevindt, en betrek stakeholders volwaardig. En hierbij staat zorgvuldigheid staat voorop, want wij zijn geschrokken van de reacties uit het veld!”. Er zijn diverse participatiemomenten geweest zo blijkt uit de stukken, maar uit onder meer het voor ons belangrijke PCLG blijkt dat de VFG zich onthoudt van advies. De Friese gemeenten waren namelijk niet tijdig betrokken bij het proces. En deze gang van zaken is wat betreft GrienLinks zeer kwalijk.

Ga moeilijke keuzes niet uit de weg!
“Onze provincie heeft een bijzondere identiteit met een aantal unieke kwaliteiten en kenmerken om te beschermen en door te ontwikkelen. Het idee om daarbij te differentiëren naar de verschillende fysieke gebieden met elk hun eigen kenmerken en uitdagingen in de leefomgeving, zoals de Wadden of het veenweidegebied omarmt GrienLinks”, geeft Charda in haar betoog aan. “Ook de overkoepelende opgaven, zoals bijvoorbeeld schoon drinkwater en onze waterzekerheid, zullen in elk van deze gebieden anders uitpakken en vragen om maatwerk. Maar wij willen in de omgevingsvisie geborgd zien dat de provinciale doelen gehaald worden”. Charda roept dan ook de Gedeputeerde Staten op “om moeilijke keuzes niet uit de weg te gaan!”.

Motie Borgen aangenomen moties
GrienLinks vraagt aandacht voor vier specifieke zaken. Ten eerste dienen we samen D66, PvdD en SP een 07 motie Borgen aangenomen moties in de contourennota in die GS opdraagt om in het verleden aangenomen relevante moties te verwerken in de omgevingsvisie.

Gedeputeerde Knol vindt deze motie sympathiek. De aangenomen moties zullen zover als mogelijk worden meegenomen in de POVI. En mochten bepaalde moties niet worden meegenomen, dan zal het college dit onderbouwen en dan kan Provinciale Staten hierop reflecteren in de bespreking daarvan.

Stemming: Deze motie is unaniem aangenomen.

Motie Duidelijkheid landbouwhoofdstructuur
Ten tweede dient GrienLinks samen met PvdD en SP een duidelijke landbouw hoofdstructuur in om helderheid te verschaffen over de landbouwhoofdstructuur en de doorvertaling in de omgevingsvisie. Immers 70% is landbouwgrond, maar dat er nog zoveel onduidelijkheid is over deze landbouwhoofdstructuur is toch wel erg bijzonder. Tijdens het debat grijpt Jochem zijn kans en bevraagd de gedeputeerde Kooistra:

“Welk gebied in Fryslân valt er wel onder, waarom wel en niet? En wordt deze begrenzing dan uitgewerkt in een kaartje, het zogenaamde Kaartje van Kooistra? Met andere woorden wat wilt u eigenlijk met deze landbouwhoofdstructuur, want volgens ons is dit al geregeld en volstrekt overbodig. Ook deze nieuwe structuur roept nog meer onzekerheid op”.

Gedeputeerde Kooistra reageert op Jochem zijn vraag met “de landbouwhoofdstructuur staat onder meer genoemd in onze Landbouwbrief en in onze Uitvoeringsagenda Landbouw 2025-2030. We beogen met deze landbouwhoofdstructuur om de landbouwgrond en de hoeveelheid daarvan veel beter beschermen, ook bij de ruimtelijke afwegingen. Landbouw mag niet meer het sluitstuk zijn, maar het beginpunt. We gaan nu in zeven gebieden dit ruimtelijke vraagstuk verder uitwerken met de stakeholders van het gebied. De motie duidelijkheid Landbouwhoofdstructuur is voor een groot gedeelte dan ook overbodig, want wij zijn hier in de praktijk al mee bezig”. Daar waren de Provinciale Staten het niet mee eens, want met grote meerderheid is deze motie aangenomen!

Stemming: Toch heeft deze motie het met grote meerderheid gehaald, 35 voor (GL, PvdA, D66, SP, PvdD, CU, FNP, BBB, VVD, Steatelid Jonker, Van Dijk) en 8 tegen (Ja21, PBF, PVV en CDA).

Motie Wetterwaarmte en restwarmte
En als derde dienen we samen met de PvdA, BBB, D66 en SP een motie Wetterwaarmte en restwarmte in om de provinciale ambities op het gebied van warmtenetten en aquathermie in het bijzonder te onderstrepen. Want “hierin kan de provincie een veel actievere rol op zich nemen bij de ontwikkelingen die er gaande zijn. In dit scenario zijn dorpsmolens een prachtige win-win combinatie met een draagvlak en levensvatbare businesscases!”, aldus Charda.

“Wetterwaarmte en dorpsmolens zijn een gouden koppel en dat kunnen we niet laten liggen. Deze mienskipenergie moet de provincie veel meer gebruiken!”

Gedeputeerde Knol was kort in zijn reactie, “Netzoals aangegeven in de commissie is wetterwaarmte niet meegenomen in deze Contourenschets, want deze heeft niet de grootste ruimtelijke impact”. Charda is het hier fundamenteel niet mee eens, want “juist dié ontwikkelingen die weinig impact hebben op onze fysieke omgeving moeten meegenomen worden in de Contourenschets. En dat zijn onder meer wetterwaarmte en restwarmte!”. En met succes, de motie wordt met grote meerderheid aangenomen!

Stemming: 40 voor (GL, PvdA, SP, PvdD, D66, Cu, FNP, CDA, BBB, VVD, Ja21, Steatelid Jonker, PBF) en tegen 3 (Pvv en Van Dijk).

Motie Hoogspanningslijnverbinding ondergronds
Tenslotte de Hoogspanningslijnverbinding ondergronds die we samen D66, PvdD en SP indienen. In deze motie vraagt GrienLinks om een integrale afweging te maken bij het tracé voor de nieuwe 380 kV hoogspanningslijn, en niet enkel een economische rekensom. “We vragen GS om bij TenneT te pleiten voor een onderzoek naar mogelijke alternatieven die bijdragen aan de leefbaarheid. Het is een grote ingreep in onze leefomgeving met nog grotere gevolgen voor onze inwoners!”, aldus Charda. Ook hier streeft onze fractie naar hetgeen wat de minst mogelijke impact maakt op onze prachtige leefomgeving.
Gedeputeerde Knol gaf in zijn reactie aan dat deze motie hem wél kan helpen, en de motie wordt met grote meerderheid aangenomen.

Stemming: 38 voor (GrienLinks, PvdA, SP, D66, PvdD, CU, CDA, FNP, BBB, Steatelid Jonker, PVV, Van Dijk) en 5 tegen (Ja21, Pbf en VVD).

Discussie over de Contourenschets
Tijdens het debat werden er ook moties besproken die bij GrienLinks en andere partijen veel vragen opriep. Een daarvan wat de motie Koester hoogwaardige natuur en landbouw. Samen met Klaas Zwart van de PvdA was Jochem heel duidelijk “deze motie zit toe op een bevoegdheid van het Wetterskip, met andere woorden wij gaan hier helemaal niet over”, aldus Jochem, “en de onderhandelingen zijn al zo ver gevorderd, dat je een broedende kip niet moet storen!”. Ook de gedeputeerde De Vries ontraadde de motie en na lang beraad heeft de BBB deze motie ingetrokken.

Ook de motie Veenweide zorgt voor verwarring bij veel partijen. Jochem geeft in zijn reactie aan dat “het belangrijk is dat we het Veenweideprogramma en een integrale benadering moeten blijven omarmen, dus niet alleen gaan richten op Co2 zoals in de motie wordt gesteld”. De FNP vraagt zich af waarom alleen de landbouw centraal moet staan. De PvdA geeft terecht aan wat de impact is als je je alleen richt op het dikke veen? Na wikken en wegen is ook deze motie door BBB ingetrokken.

Last but not least zorgde de motie geen voorbehoud Kernenergie in de Omgevingsvisie voor een verhitte discussie. Er wordt zelf een motie van treurnis ingediend. In de contourenschets wordt namelijk aangegeven dat pas in/na 2030 met de gemeenten in overleg wordt getreden om te bepalen of kernenergie wel of niet onderdeel moet worden van de duurzame energie mix. Volgens Ja21 en de motie van treurnis is het college toondoof voor de Provinciale Staten, want Provinciale Staten zou zich al meerdere keren positief hebben uitgesproken over kernenergie. Tevens zouden er diverse gemeenten positief hebben gereageerd op de mogelijkheid van kernenergie. De motie van treurnis wordt enkel gesteund door Ja21, PVV en VVD. De motie Kernenergie wordt helaas wel met grote meerderheid aangenomen, namelijk 27 voor (Ja21, VVD, PVV, BBB, CDA, D66, PBF, Van Dijk) en 16 tegen (GrienLinks, PvdA, SP, PvdD, FNP, CU, Steatelid Jonker).

Door onze GrienLinks fractie zijn een aantal moties mee ingediend, namelijk:
Motie aan de slag met dorpsmolen (PvdA)
Motie Ruimte voor gastvrijheidseconomie (CU)
Motie duurzaam door samenwerking (SP)
Motie 380 kV niet alleen door, maar ook voor Fryslan (SP)
Motie zorgen voor voorzorgbeginsel (PvdD) is ingetrokken door PvdD, omdat gedeputeerde Knol heeft toegezegd om het voorzorgsbeginsel op te nemen in de nog op te stellen POVI.

Wetterwaarmte is de takomst


De Friese Staten bespraken de toekomst, doelen en voorwaarden van het FSFE – het provinciale energiefonds dat investeert in de energietransitie in Fryslân. Daarbij dienden partijen diverse moties en amendementen in om de inzet van het fonds aan te scherpen, bij te sturen of uit te breiden.
GrienLinks steunt het bestaan en de voortzetting van het Friese energiefonds FSFE. Het fonds vervult een belangrijke rol in de energietransitie, door te investeren in duurzame projecten die anders moeilijk van de grond komen. Tegelijkertijd vindt GrienLinks dat het FSFE meer richting en scherpere keuzes nodig heeft. Fractievoorzitter Charda Kuipers pleitte in het debat voor een duidelijke inzet op echt duurzame energiebronnen en maatschappelijke meerwaarde.

Zo vindt GrienLinks dat het FSFE géén geld zou moeten steken in mestvergisters. Mestvergisting houdt de intensieve veehouderij in stand, leidt tot overlast en emissies, en het digestaat dat overblijft is geen kringloopvriendelijk product. “We moeten investeren in de toekomst, niet in een systeem dat juist moet veranderen,” aldus Kuipers.

In plaats daarvan wil GrienLinks dat Fryslân vaart maakt met écht duurzame alternatieven. Een belangrijk voorbeeld is aquathermie (wetterwaarmte) – warmte uit oppervlaktewater of afvalwater. Fryslân heeft op dit vlak een koploperspositie en beschikt over grote potentie: aquathermie zou in principe kunnen voorzien in zo’n 60 procent van de Friese warmtevraag. GrienLinks dringt er daarom op aan dat het FSFE deze technologie actief ondersteunt. Kuipers: “We hebben de kennis, we hebben het water – laten we die voorsprong benutten.

Ook hecht GrienLinks aan de uitgangspunten van de Friese omgevingsvisie, zoals lokaal eigendom en het principe dat projecten aantoonbaar bijdragen aan de energietransitie. Het FSFE moet volgens de partij geen concurrent zijn van andere fondsen of marktpartijen, maar een springplank voor projecten die zonder steun niet van de grond zouden komen.

Debat
PvdA benadrukte het belang van energiebesparing en lokaal eigendom. Het fonds heeft risico’s genomen, bijvoorbeeld bij de investering in BleuCycle, maar is daarmee zeker niet overbodig. Wel moet er meer regie komen op wat voor projecten wél en niet in aanmerking komen. CDA wees op het bewezen belang van het FSFE voor lokaal eigenaarschap en dorpsinitiatieven. Volgens het CDA moeten ‘de vruchten van het fonds’ in Fryslân blijven en moet het rendement ten goede komen aan de gemeenschap. D66 steunt verlenging van het fonds, maar waarschuwde dat grote projecten het budget kunnen opslokken ten koste van kleinere, lokale initiatieven.

BBB riep op om ruimte te laten voor diverse technologieën, waaronder aquathermie en mogelijk ook mestvergisting. Wel benadrukte BBB dat het FSFE voldoende bewegingsruimte moet houden. PvdD keerde zich fel tegen investeringen in mestvergisting vanwege de impact op dierenwelzijn en de landbouwtransitie. Financiering van dit soort projecten belemmert boeren in het maken van duurzame keuzes, aldus de partij. SP vroeg zich af of de nieuwe kaders niet té specifiek worden, waardoor het fonds zijn flexibiliteit verliest. Toch zag de partij ook de noodzaak om bij te sturen en wil zij nader in gesprek over verlenging.

FNP benadrukte het belang van het behalen van de klimaatdoelen voor 2050 en riep het college op extra inzet te plegen voor projecten als Warm Heeg. VVD bracht kernenergie opnieuw in als mogelijke optie in de energiemix, met het oog op leveringszekerheid. Dit leidde tot stevige discussie over de relevantie voor het FSFE, dat zich richt op projecten met aantoonbare klimaatimpact en lokaal eigendom. Ja21 en PBF dienden moties in om het fonds richting kernenergie te sturen, of de prioriteiten te verschuiven naar technologieën die de netcongestie aantoonbaar verminderen. Deze moties werden door het college ontraden.

Reactie gedeputeerde Knol
Gedeputeerde Sijbe Knol gaf aan het belang van het FSFE te onderschrijven, maar stond ook open voor enkele voorgestelde bijstellingen. Zo zei hij toe dat het streven naar 60% lokaal eigendom in lijn is met bestaand beleid en dus geen bezwaar vormt. Voor het inzetten op energiebesparing (40% van het fondsbudget) toonde hij begrip, maar waarschuwde hij dat te strikte invulling de beweeglijkheid van het fonds kan ondermijnen.

Ten aanzien van aquathermie onderkende Knol de koploperspositie van Fryslân en noemde hij initiatieven als Warm Heeg waardevol. Toch wil hij geen technologie prioriteren boven andere – het fonds moet ruimte houden om in te spelen op concrete projecten en marktkansen. De provincie voert hierover ook gesprekken met gemeenten, zoals in Súdwest-Fryslân.
De moties over duurzame kernenergie en het focussen op netcongestie werden ontraden: volgens Knol past dit niet binnen het huidige mandaat en doel van het FSFE.

Ingediende moties
Motie SP – verlenging FSFE –> verworpen met 3 voor en 40 tegen
“Het FSFE voor onbepaalde tijd te verlengen zolang Fryslàn met duurzame energie nog niet volledig zelfvoorzienend is; . regelmatig het FSFE te evalueren om de effectiviteit te beoordelen.”

Motie VVD – leveringszekerheid – 38 voor en 5 tegen
“te onderzoeken en te rapporteren op welke wijze FSFE kan bijdragen aan investeringen in technologieën die leveringszekerheid versterken; hierover de Provinciale Staten te informeren op de kortst mogelijke termijn”.

Mee ingediend door GrienLinks
Motie BBB/GL/PvdA – Prioriteit op warmtetransitie –> Aangenomen met 38 voor en 5 tegen
“1.verzoeken het college van Gedeputeerde Staten “De FSFE-opdracht te geven in te zetten op investeringen in de warmtetransitie zoals warmtenetten en aquathermie, zowel financieel als met kennisondersteuning;
2.Nu landelijk meer duidelijkheid is met het aannemen van de Wet Collectieve warmte, te onderzoeken welke rol de provincie op zowel korte als lange termijn kan nemen in het bevorderen van deze warmtetransitie waarbij voor de korte termijn o.a. ook gekeken wordt naar de Friese koploperprojecten.”

Motie CDA/PvdA/GL/PvdD/SP – Tijd, geld en expertise voor lokale energie initiatieven –> aangenomen met aangenomen met 37 voor en 6 tegen
“De kaders (het Investeringsreglement) waarbinnen een ontwikkelfinanciering mag worden versterkt aan lokale energiecoöperaties in overleg met FSFE aan te passen aan de huidige marktontwikkeling (langere looptijd, hogere kosten). Deze kaders ruimhartig op te stellen, in de wetenschap dat de kans op volledige terugbetaling van de ontwikkelfinanciering weliswaar iets afneemt, maar de mogelijke opbrengsten voor de mienskip fors toe zullen nemen.”

Motie PvdA/GL/CDA – stimuleren van warmtenetten – aangenomen met 37 voor en 6 tegen
“In kaart te brengen welke rol het FSFE kan spelen bij de ontwikkeling van collectieve warmtesystemen en in hoeverre hier aanvullende financiële middelen voor nodig zijn en PS hier uiterlijk in zo spoedig mogelijk over te informeren.”

Motie PvdA/GL – aan de slag met de friese energievisie – aangenomen met 34 voor en 9 tegen
“Om, zodra de techniekkeuze vanuit de POVI bekend is, in kaart te brengen welke financiële opgave de realisatie van de Energievisie met zich meebrengt, en te kijken welke rol het FSFE kan spelen bij de realisatie hiervan en PS hier zo snel mogelijk na behandeling van de POVI over te informeren.”

Concrete doelen nodig in energieprogramma

“De energietransitie is té belangrijk en er hangt té veel vanaf om de vrijblijvende aard van het programma op deze lijn door te zetten. We zijn zeer kritisch, maar staan er absoluut constructief in. Alleen samen krijgen we de transitie in beweging. Ik hoop van harte op eenzelfde constructieve houding van dit college bij de PS voorstellen”, sprak Charda Kuipers in de Provinciale Statenvergadering op 26 januari over het Energieprogramma. Ze diende een motie in voor een nieuwe burgertop en om geld opzij te zetten voor de energietransitie en energiearmoede. Daarnaast diende ze voorstellen met andere partijen mee in, onder meer tegen grote datacenters en voor meer onderzoek naar de effecten van groen gas.Verder lezen

RES 1.0: eruit halen wat erin zit

Na een teleurstellend bod van 2,3 Twh in de concept RES (Regionale Energie Strategie), liet de provincie bij de RES 1.0 ietsje meer ambitie zien. Het bod was dankzij plannen van de gemeenten verhoogd naar 3.0 Twh. “We zijn blij dat er nu méér is opgenomen dan alleen de projecten uit de pijplijn. Wel is duidelijk dat we er in Fryslân nog niet uithalen wat erin zit”, sprak Charda Kuipers in het debat op 26 mei 2021. Ook sprak ze haar zorgen uit over de netwerkcapaciteit en het blok-aan-het-beenbeleid van de provincie op het gebied van wind.Verder lezen