Meer informatie nodig voor keuze aanpak invasieve exoten

Woensdag 15 december 2021 werd tijdens de Provinciale Statenvergadering de startnotitie over invasieve exoten besproken. Deze was erg summier, maar toch werd gevraagd om al een keuze te maken voor het bedrag dat de provincie zou besteden aan de bestrijding van deze exoten. Jochem Knol tijdens het debat: “Het woord invasie geeft wel aan dat we niet alle tijd hebben en dat snel actie ondernomen moet worden. GrienLinks stelt voor om dat beleid duidelijker richting te geven. Eerst goed in beeld brengen waar de problemen zich voordoen en gemotiveerd aangeven waaraan prioriteit moet worden gegeven. Om dat vorm te geven dienen we een motie in.”

Invasieve exoten
De reuzenberenklauw, de muskusrat, de grote waternavel zijn allemaal soorten die van oorsprong niet in Nederland voorkwamen, maar inmiddels niet meer weg te krijgen zijn. Zo zijn er nog veel meer soorten invasieve exoten. Ze kunnen een bedreiging zijn voor de biodiversiteit, de gezondheid, de veiligheid en de economie.

Vanwege de bedreiging voor de biodiversiteit is in een VN-verdrag afgesproken dat het probleem wereldwijd wordt aangepakt. Europa heeft vastgelegd in de EU-verordening dat lidstaten verplicht zijn maatregelen te nemen tegen verdere verspreiding van deze exoten. Er is een Unielijst van soorten gemaakt die gezamenlijk bestreden moeten worden.
Voor sommige soorten blijft het Rijk verantwoordelijk, voor sommige soorten it Wetterskip (grote waternavel, bijvoorbeeld), maar voor veel soorten van de lijst zijn sinds 2018 de provincies verantwoordelijk. Fryslân was al wel met bestrijding bezig, maar er was nog geen beleid voor opgesteld. Dat wordt nu rechtgezet.

Keuzes in de startnotitie
In de startnotitie worden drie keuzes voorgelegd als beleidsrichting: inzet in minimale vorm, maximale vorm of een tussenvariant. In alle drie varianten worden nieuwe exotenvestigingen aangepakt, en bij de tussenvariant en maximale variant wordt er ook ingezet op kennisontwikkeling en coördinatie. Daarnaast wordt er ook ingezet op stimuleringsmaatregelen en/of subsidies (meer bij de maximale variant, bij de tussenvariant maar beperkt. Verder zijn de minimale variant en tussenvariant gericht op schade aan biodiversiteit en de maximale variant richt zich ook op volksgezondheid. In de tussenvariant neemt de provincie echter geen verantwoordelijkheid over van de grondeigenaren waar de exoten voorkomen.
In alle gevallen worden exoten in Natura 2000 gebied sowieso bestreden. De kosten hiervoor komen uit een andere “pot”.

Volgens de startnotitie horen er ook alvast geldbedragen bij de drie varianten. Voor de tussenvorm is dat 3 ton, voor de maximale variant 8 ton.

Eerst verder uitwerken en prioriteren
Waarop dat gebaseerd is, werd niet duidelijk uit de startnotitie. Er stond geen onderbouwing in van dat bedrag, of beschrijving van hoe groot het probleem is in Fryslân en hoeveel schade er wordt aangericht door welke soorten. Of aan welke soorten prioriteit moet worden gegeven. Daarom diende Jochem Knol daarvoor een motie in. Jochem in het debat:

“De voorliggende startnotitie is wat GrienLinks betreft een voorbeeld van haastige spoed is zelden goed en hinkt ook op twee gedachten. Enerzijds wordt een keuze (3) voorgelegd om alleen wat te doen aan de soorten die schadelijk zijn voor de biodiversiteit en anderzijds wordt, terwijl de onderbouwing daarvoor ontbreekt, als een bedrag van € 300.000,– per jaar genoemd waarvoor we dit beleid moeten uitvoeren. Vraag: waarop is dit bedrag gebaseerd?

Voorzitter, dit college spreekt vaak uit: “Eerst beleid en dan geld”. Die wet wordt hier met voeten getreden. GrienLinks stelt voor om dat beleid duidelijker richting te geven. Eerst goed in beeld brengen waar de problemen zich voordoen en gemotiveerd aangeven waaraan prioriteit moet worden gegeven. Om dat vorm te geven dienen we een motie in. Uit een goed van plan van aanpak, afgestemd met gemeenten en het Wetterskip volgt dan ook hoeveel financiële middelen noodzakelijk zijn en hoe we meten of het beleid effectief is. (…) Los daarvan gaat de invasie door. De Grote Waternavel, Amerikaanse rivierkreeften, Japanse Duizendknoop woekeren door en wat ons betreft stellen we voor het komende jaar reeds een bedrag beschikbaar om een begin met de bestrijding daarvan te maken. De lessen die we daarbij opdoen kunnen bij het uitwerken van het beleid betrekken. Alleen met een goed plan kan je een invasie in goede banen leiden.” (lees hier de hele bijdrage van Jochem)

Andere moties
Onze motie werd mee ingediend door D66, PvdA, Van Swol en Goudzwaard. Daarnaast diende Jochem een motie van de PvdA mee in om voor 2022 vast 5 ton voor bestrijding beschikbaar te stellen, zodat daarmee aan de slag gegaan kan worden. Daarnaast vraagt de motie om een tussenvariant plus, en om eerst meer uitwerking en dan pas de keuze voor het bedrag te maken. Tot slot diende Jochem Knol een motie mee in van CDA voor een meldpunt, een motie van D66 over rivierkreeften en een motie van PvdD om ook in te zetten op preventie.

Uitslag stemming