Nieuwsbrief zomereditie 2025

Na een flinke eindsprint is het politieke jaar afgesloten!
In deze extra grote zomereditie lees je over de onderwerpen waar de GrienLinks-fractie zich de afgelopen tijd mee heeft beziggehouden. In juni zette Jochem Knol zijn beste beentje voor als het om de bodem ging – samen met de PvdA werden er maar liefst vier voorstellen aangenomen!

Verder uitte de fractie stevige kritiek op de voorgestelde wijzigingen in de omgevingsverordeningen door de BBB. Worden de gevolgen hiervan eigenlijk wel goed overzien?

Tijdens de debatten over de jaarstukken en de kadernota ging het er fel aan toe. Fractievoorzitter Charda Kuipers legde de vinger op de zere plek: wat heeft deze coalitie de afgelopen twee jaar nu écht bereikt, en welke vraagstukken denkt zij nog te kunnen oplossen? De oppositie was opvallend eensgezind: de financiële situatie stemt zorgelijk.

Als grote finale draaide de laatste Statenvergadering vóór het zomerreces om FSFE – het Friese fonds voor investeringen in duurzame energie. De fractie stond pal achter duurzame energieopwekkers zoals aquathermie, en vond daarin veel steun bij de coalitiepartijen.

Dit en nog veel meer in deze zomernieuwsbrief!

Doe mee! Zoals je kunt lezen, kunnen we je steun goed gebruiken… Je vindt meer informatie over ons en onze activiteiten op de website of op facebooktwitter en  instagram. Voor contact met de fractie: grienlinks@fryslan.frl 0582925805.

Word lid

Verder lezen

Drinkwater is geen vanzelfsprekendheid


Op 3 juli 2025 hebben GrienLinks en de PvdA schriftelijke vragen ingediend bij het college van Gedeputeerde Staten (GS) over de toekomst van de Friese drinkwatervoorziening. De aanleiding hiervoor is een recent journalistiek onderzoek waaruit blijkt dat Fryslân nog geen aanvullende strategische drinkwaterreserves heeft aangewezen – in tegenstelling tot andere provincies. Met het oog op de verwachte groei van de waterbehoefte en toenemende risico’s op verontreiniging, vinden beide partijen dat het tijd is voor actie.

Dreigend tekort aan drinkwater
Volgens het onderzoek, uitgevoerd door onder andere Investico, Trouw en De Groene Amsterdammer, stijgt de waterbehoefte in Nederland naar verwachting met 40 procent in 2040. Tegelijk staat de kwaliteit van onze drinkwaterbronnen onder druk door vervuiling vanuit landbouw en industrie. In diverse regio’s ontstaan inmiddels problemen met de aansluiting van woningen en bedrijven op het drinkwaternet.
GrienLinks en de PvdA maken zich zorgen over de vraag of Fryslân voldoende voorbereid is op deze ontwikkelingen. Zij vragen zich af waarom er nog geen strategische drinkwaterreserves zijn veiliggesteld in onze provincie, en welke obstakels de provincie daarbij tegenkomt.

In de vragen stellen de partijen onder meer:
• Is het college op de hoogte van het onderzoek en onderschrijft het de conclusies?
• Waarom zijn er in Fryslân nog geen strategische drinkwatervoorraden aangewezen, en wanneer gaat dat alsnog gebeuren?
• Worden er maatregelen genomen om bestaande en toekomstige drinkwaterbronnen te beschermen tegen vervuiling?
• Wat doet de provincie om problemen met drinkwateraansluitingen vóór 2030 en richting 2040 te voorkomen?
• In hoeverre vormen mijnbouwactiviteiten – zoals gas- en zoutwinning – een risico voor de drinkwatervoorziening?
• En: wordt er naast voorraadbeheer ook serieus werk gemaakt van waterbesparing?

Daarnaast wordt gevraagd om een overzicht van de grootste drinkwatergebruikers in Fryslân en welke concrete maatregelen per sector genomen worden of gaan worden.

Lees de antwoorden van het college op onze vragen hier.

Bij REC worden PFAS en ZZS niet mee geteld


Namens onze fractie stelt Jochem mondelinge vragen tijdens de PS-vergadering over een zorgwekkend krantenartikel van Trouw van 13 juni 2025 over de uitstoot van schadelijke stoffen uit de schoorstenen van de REC in Harlingen. Het is al enige tijd bekend dat uit deze schoorsteen schadelijke stoffen komen, waaronder zware metalen, dioxines en PFAS. Deze stoffen slaan neer in de omgeving van de afvaloven en zijn zeer moeilijk afbreekbaar, waardoor opeenhoping plaatsvindt. In de eieren van hobbykippen rond de centrale komen zeer hoge gehalten aan PFAS voor. En het is zeer aannemelijk dat deze gehalten aan schadelijke stoffen mede afkomstig zijn uit de schoorsteen van de REC.

De mate waarin kan niet worden vastgesteld, omdat continue metingen in de schoorsteen helaas niet worden uitgevoerd. Het nemen van gerichte maatregelen om de verslechtering van de kwaliteit van de bodem en het water in de omgeving van Harlingen en in de Waddenzee wordt door het ontbreken van deze gegevens bemoeilijkt.

Een en ander is aanleiding voor het stellen van de volgende vragen;
1. Waarom worden geen continue metingen van de uitstoot van schadelijke stoffen, zoals zware metalen, dioxines en PFAS in de schoorsteen van de REC in Harlingen uitgevoerd? Zijn hiervoor in de vergunningen voorschriften opgenomen en zo ja welke? Zo nee, waarom niet?

Gedeputeerde Folkerts geeft aan dat dit wel het geval was. Bij de REC en de omgeving van de REC wordt volgens de gedeputeerde veel bemonsterd en gemeten, met name bij storingen. En deze vallen binnen de grenzen die we gesteld hebben, aldus Folkerts . In de afgelopen jaren zijn er diverse keren extra metingen geweest onder anderen door de Fumo en GGD, en de uitkomsten daarvan zijn gepubliceerd. De ZZS-stoffen hebben onze aandacht, ook bij de FUMO, aldus Folkerts.

2. Ook andere sectoren kunnen verantwoordelijk zijn voor diffuse verontreinigingen, maar kunnen nu wellicht ten onrechte worden aangesproken. Kunt u aangeven of, en zo ja op welke wijze inzicht bestaat in de diffuse verontreinigingen in de omgeving van Harlingen en in welke mate dit afkomstig is van de REC?

Volgens gedeputeerde Folkerts zit een aanname in deze vraag. In de omgeving bij de REC wordt zeer intensief gemeten. Er kan volgens Folkerts namelijk nog niet gezegd worden dat er sprake is van een correlatie met de zeer hoge gehalten die worden gemeten in de omgeving van de REC en de uitstoot door REC.

3. Welke rol speelt GS in het in gesprekken met de REC in Harlingen? Hoe vaak vindt overleg plaats en welke (concrete) acties vloeien uit dit overleg voort?

FUMO is verantwoordelijk voor de toezicht en de handhaving, aldus Folkerts. Er is een team die hierop monitort en toezicht houdt. Er is veel ambtelijk contact met elkaar, met name bij incidenten en storingen. College van Harlingen is ook nauw betrokken. En “de petearren binne noflik”.

4. Deelt GS de mening van GrienLinks dat alleen transparantie over de werkelijk uitstoot en een juiste handhaving de zorgen van bewoners en (agrarische) bedrijven in de omgeving van de REC kunnen beteugelen. Zo ja wat gebeurt er om deze informatie te delen en/of te verbeteren?

Fokerts en het college van GS, delen deze mening, en vinden openheid en transparantie van gegeven zeer belangrijk.

Jochem is niet tevreden met de antwoorden en stelt in zijn vervolgvraag aan de orde dat PFAS sinds kort op de ZZS-lijst staan. Dit betekent dat bedrijven de uitstoot moeten minimaliseren en de best beschikbare technieken moeten gebruiken. Immers het gaat hier om de gezondheid van onze inwoners en onze omgeving. Jochem vraagt dan ook of het college van GS bereid is om de metingen uit te breiden naar deze PFAS?

De gedeputeerde geeft aan dat dit klopt, de metingen van PFAS en ZZS worden niet (meer) meegenomen. Echter, “we kunnen deze stoffen nog niet toevoegen aan de metingen”, aldus gedeputeerde Folkerts. En dit is teleurstellend, want hoe kunnen we dan beoordelen of PFAS en ZZS de komende zullen worden geminimaliseerd?

Wetterwaarmte is de takomst


De Friese Staten bespraken de toekomst, doelen en voorwaarden van het FSFE – het provinciale energiefonds dat investeert in de energietransitie in Fryslân. Daarbij dienden partijen diverse moties en amendementen in om de inzet van het fonds aan te scherpen, bij te sturen of uit te breiden.
GrienLinks steunt het bestaan en de voortzetting van het Friese energiefonds FSFE. Het fonds vervult een belangrijke rol in de energietransitie, door te investeren in duurzame projecten die anders moeilijk van de grond komen. Tegelijkertijd vindt GrienLinks dat het FSFE meer richting en scherpere keuzes nodig heeft. Fractievoorzitter Charda Kuipers pleitte in het debat voor een duidelijke inzet op echt duurzame energiebronnen en maatschappelijke meerwaarde.

Zo vindt GrienLinks dat het FSFE géén geld zou moeten steken in mestvergisters. Mestvergisting houdt de intensieve veehouderij in stand, leidt tot overlast en emissies, en het digestaat dat overblijft is geen kringloopvriendelijk product. “We moeten investeren in de toekomst, niet in een systeem dat juist moet veranderen,” aldus Kuipers.

In plaats daarvan wil GrienLinks dat Fryslân vaart maakt met écht duurzame alternatieven. Een belangrijk voorbeeld is aquathermie (wetterwaarmte) – warmte uit oppervlaktewater of afvalwater. Fryslân heeft op dit vlak een koploperspositie en beschikt over grote potentie: aquathermie zou in principe kunnen voorzien in zo’n 60 procent van de Friese warmtevraag. GrienLinks dringt er daarom op aan dat het FSFE deze technologie actief ondersteunt. Kuipers: “We hebben de kennis, we hebben het water – laten we die voorsprong benutten.

Ook hecht GrienLinks aan de uitgangspunten van de Friese omgevingsvisie, zoals lokaal eigendom en het principe dat projecten aantoonbaar bijdragen aan de energietransitie. Het FSFE moet volgens de partij geen concurrent zijn van andere fondsen of marktpartijen, maar een springplank voor projecten die zonder steun niet van de grond zouden komen.

Debat
PvdA benadrukte het belang van energiebesparing en lokaal eigendom. Het fonds heeft risico’s genomen, bijvoorbeeld bij de investering in BleuCycle, maar is daarmee zeker niet overbodig. Wel moet er meer regie komen op wat voor projecten wél en niet in aanmerking komen. CDA wees op het bewezen belang van het FSFE voor lokaal eigenaarschap en dorpsinitiatieven. Volgens het CDA moeten ‘de vruchten van het fonds’ in Fryslân blijven en moet het rendement ten goede komen aan de gemeenschap. D66 steunt verlenging van het fonds, maar waarschuwde dat grote projecten het budget kunnen opslokken ten koste van kleinere, lokale initiatieven.

BBB riep op om ruimte te laten voor diverse technologieën, waaronder aquathermie en mogelijk ook mestvergisting. Wel benadrukte BBB dat het FSFE voldoende bewegingsruimte moet houden. PvdD keerde zich fel tegen investeringen in mestvergisting vanwege de impact op dierenwelzijn en de landbouwtransitie. Financiering van dit soort projecten belemmert boeren in het maken van duurzame keuzes, aldus de partij. SP vroeg zich af of de nieuwe kaders niet té specifiek worden, waardoor het fonds zijn flexibiliteit verliest. Toch zag de partij ook de noodzaak om bij te sturen en wil zij nader in gesprek over verlenging.

FNP benadrukte het belang van het behalen van de klimaatdoelen voor 2050 en riep het college op extra inzet te plegen voor projecten als Warm Heeg. VVD bracht kernenergie opnieuw in als mogelijke optie in de energiemix, met het oog op leveringszekerheid. Dit leidde tot stevige discussie over de relevantie voor het FSFE, dat zich richt op projecten met aantoonbare klimaatimpact en lokaal eigendom. Ja21 en PBF dienden moties in om het fonds richting kernenergie te sturen, of de prioriteiten te verschuiven naar technologieën die de netcongestie aantoonbaar verminderen. Deze moties werden door het college ontraden.

Reactie gedeputeerde Knol
Gedeputeerde Sijbe Knol gaf aan het belang van het FSFE te onderschrijven, maar stond ook open voor enkele voorgestelde bijstellingen. Zo zei hij toe dat het streven naar 60% lokaal eigendom in lijn is met bestaand beleid en dus geen bezwaar vormt. Voor het inzetten op energiebesparing (40% van het fondsbudget) toonde hij begrip, maar waarschuwde hij dat te strikte invulling de beweeglijkheid van het fonds kan ondermijnen.

Ten aanzien van aquathermie onderkende Knol de koploperspositie van Fryslân en noemde hij initiatieven als Warm Heeg waardevol. Toch wil hij geen technologie prioriteren boven andere – het fonds moet ruimte houden om in te spelen op concrete projecten en marktkansen. De provincie voert hierover ook gesprekken met gemeenten, zoals in Súdwest-Fryslân.
De moties over duurzame kernenergie en het focussen op netcongestie werden ontraden: volgens Knol past dit niet binnen het huidige mandaat en doel van het FSFE.

Ingediende moties
Motie SP – verlenging FSFE –> verworpen met 3 voor en 40 tegen
“Het FSFE voor onbepaalde tijd te verlengen zolang Fryslàn met duurzame energie nog niet volledig zelfvoorzienend is; . regelmatig het FSFE te evalueren om de effectiviteit te beoordelen.”

Motie VVD – leveringszekerheid – 38 voor en 5 tegen
“te onderzoeken en te rapporteren op welke wijze FSFE kan bijdragen aan investeringen in technologieën die leveringszekerheid versterken; hierover de Provinciale Staten te informeren op de kortst mogelijke termijn”.

Mee ingediend door GrienLinks
Motie BBB/GL/PvdA – Prioriteit op warmtetransitie –> Aangenomen met 38 voor en 5 tegen
“1.verzoeken het college van Gedeputeerde Staten “De FSFE-opdracht te geven in te zetten op investeringen in de warmtetransitie zoals warmtenetten en aquathermie, zowel financieel als met kennisondersteuning;
2.Nu landelijk meer duidelijkheid is met het aannemen van de Wet Collectieve warmte, te onderzoeken welke rol de provincie op zowel korte als lange termijn kan nemen in het bevorderen van deze warmtetransitie waarbij voor de korte termijn o.a. ook gekeken wordt naar de Friese koploperprojecten.”

Motie CDA/PvdA/GL/PvdD/SP – Tijd, geld en expertise voor lokale energie initiatieven –> aangenomen met aangenomen met 37 voor en 6 tegen
“De kaders (het Investeringsreglement) waarbinnen een ontwikkelfinanciering mag worden versterkt aan lokale energiecoöperaties in overleg met FSFE aan te passen aan de huidige marktontwikkeling (langere looptijd, hogere kosten). Deze kaders ruimhartig op te stellen, in de wetenschap dat de kans op volledige terugbetaling van de ontwikkelfinanciering weliswaar iets afneemt, maar de mogelijke opbrengsten voor de mienskip fors toe zullen nemen.”

Motie PvdA/GL/CDA – stimuleren van warmtenetten – aangenomen met 37 voor en 6 tegen
“In kaart te brengen welke rol het FSFE kan spelen bij de ontwikkeling van collectieve warmtesystemen en in hoeverre hier aanvullende financiële middelen voor nodig zijn en PS hier uiterlijk in zo spoedig mogelijk over te informeren.”

Motie PvdA/GL – aan de slag met de friese energievisie – aangenomen met 34 voor en 9 tegen
“Om, zodra de techniekkeuze vanuit de POVI bekend is, in kaart te brengen welke financiële opgave de realisatie van de Energievisie met zich meebrengt, en te kijken welke rol het FSFE kan spelen bij de realisatie hiervan en PS hier zo snel mogelijk na behandeling van de POVI over te informeren.”

Fel debat en motie van treurnis tijdens jaarstukken en kadernota


Jaarstukken
De Provinciale Statenvergadering van woensdag 25 juni stond in het teken van de Provinciale doelen en financiën. Wat heeft het college de afgelopen jaar gedaan? Wat willen ze de komende jaren nog doen om hun doelen te behalen? De terugblik wordt gedaan tijdens het agendapunt ‘jaarstukken’, hier bespreken we de doelen van het college en in welke mate deze dit jaar zijn behaald. Wat vooral duidelijk werd is wat er allemaal niet is behaald in het afgelopen jaar. In haar bijdrage somde Charda Kuipers namens GrienLinks ruim 20 gebreken op, waaronder;

1. Het begon met een coalitieakkoord waarin 25+ miljoen zonder beleid en zonder plan werd weggegeven aan het college (waar was het principe: eerst beleid, dan geld?);
2. Begroting met motie van treurnis wegens het onmogelijk maken van de kaderstellende rol PS;
3. Op het matje roepen van ambtenaren wegens het tekenen van een brandbrief;
4. Schrappen budget regenboog van 50.000EUR;
5. Schrappen budget fairtrade van 15.000EUR;
6. Steeds maar uitstellen van het sturen van stukken naar de Provinciale Staten, met als gevolg lege agenda’s;
7. Provinciale Staten, als vertegenwoordigers van onze mienskip, worden consequent buiten spel gezet. Er is weinig inbreng mogelijk op de voorgeschotelde stukken;
8. Opstapelende signalen uit mienskip dat de provincie zich terugtrekt uit overleggen en diens samenwerking stroever en stroever gaat;
9. We verliezen procedure na procedure, en het behandelen van WOO verzoeken gaat de Provincie slecht af. Niet de wet maar wensdenken lijkt voorop te staan;
10. Ongekende onderbesteding over de hele linie van het provinciaal beleid;
11. Torenhoge ambities van het college maar consequente onderschatting op het budget en capaciteit waarna er te laat wordt bijgestuurd. Zo wordt er gestreefd naar 0 verkeersdoden, maar heeft het college er geen geld voor over;

We laten er geen gras over groeien, maar GrienLinks is ontevreden met een hoofdletter O. Deze ontevredenheid borrelde op tijdens de voorbereidende commissievergadering. Hieruit bleek dat er geen (financiële) ruimte was om voorstellen in te dienen. Het college heeft echter vastgelegd in het coalitieakkoord dat de financiële waarborging een voorwaarde is van de haalbaarheid van een voorstel. Dit wil zeggen dat alle voorstellen van de oppositie, waar wat geld bij komt kijken, het bij uitstek niet gaan halen tijdens deze vergadering. Één grote herhaling van de afgelopen twee jaar dus. Charda legde tijdens haar bijdrage de vinger op de zere plek;

‘We zijn gekozen volksvertegenwoordigers. Niet om dingetjes voor de eigen achterban binnen te halen, maar om de provincie te besturen. Om het verschil te maken voor álle friezen. Wij hebben de verantwoordelijkheid om ons te buigen over moeilijke vraagstukken; het rechtvaardig verdelen van de ruimte, en het beschermen en zorgen voor onze leefomgeving. We hebben een grote opdracht en daar is veel publiek geld voor toevertrouwd gekregen. Daar moeten wij zorgvuldig mee omgaan.’

GrienLinks wil constructief bijdragen en heeft dus, voor de verkeersveiligheid, gevraagd aan de gedeputeerde om voor het zomerreces de Provinciale Staten te voorzien van een overzicht van knelpunten in oversteekplekken en een kostenoverzicht voor het aanpakken hiervan. ‘Want elk ongeluk is een teveel, en we voelen een grote verantwoordelijkheid om alles te doen wat in onze macht ligt om dit leed te voorkomen’.

Ingediende moties
Stand van zaken energieprojecten (JA21) – een overzicht te geven aan de Staten van nieuwe en lopende initiatieven over nieuwe energievormen en te informeren wanneer/waarom een initiatief niet gerealiseerd kan worden.  aangenomen (voor 36 | tegen 6)

Mee ingediend door GrienLinks:
Fryslân bloeiend in beweging (PvdD) – een bedrag van 780.000EUR voor Fryslân Bloeit in 2026-2028, een organisatie die in samenwerking met dorpen bloeiweken organiseert ten behoeve van de Fryske gezondheid.  voorstel is ingetrokken

Cyberverantwoordelijkheid (VVD) – roept op om de afhankelijkheid van niet-Europese software en clouddiensten te verkleinen en te inventariseren welke maatregelen nodig zijn om de digitale infrastructuur van de provinciale organisatie te versterken.  aangenomen (voor 41 | tegen 1)

Toezegging gedeputeerde Matthijs de Vries
Na de zomer wordt een overzicht van de verkeersveiligheidsknelpunten opgeleverd. Deze knelpunten worden gekoppeld aan beschikbare financiële middelen en komen direct na het zomerreces beschikbaar voor de Staten. Daarmee kunnen ze betrokken worden bij de integrale afwegingen rondom de begroting.

Het initiatief Fryslân in Bloei kreeg een positieve waardering van de gedeputeerde, maar het voorstel wordt toch ontraden. Volgens hem zijn er andere organisaties die beter in staat zijn om de uitvoering en borging van dit initiatief op zich te nemen. Wel is toegezegd dat de provincie samen met GGD Fryslân om tafel gaat om te verkennen hoe een eventuele overbrugging gerealiseerd kan worden.

Ramtnota
Na een terugblik is het tijd om met goede moed en positiviteit vooruit te blikken naar de toekomst en de lijnen voor de komende periode uit te zetten. Dit gebeurt tijdens het agendapunt over de kadernota. Welke prioriteiten stelt Fryslân en hoeveel slagkracht hebben wij te verdelen? Alles kost tenslotte geld en mankracht – dus welke moeilijke keuzes liggen voor ons? Charda zette de visie van GrienLinks helder uiteen:

‘Als GrienLinks naar buiten kijkt zien we glashelder wat er nodig is; inwoners en medeoverheden zijn duidelijk over hun behoeften, en we beschikken over dikke rapporten welke problemen er allemaal spelen in de wereld en Fryslân in het bijzonder. De komende twee jaar zullen we bijvoorbeeld het been bij moeten trekken om de verplichtingen rond natuurherstel en waterkwaliteit zoveel mogelijk na te komen. Als bijkomend voordeel helpen die inspanningen ons ook bij de veenweideproblematiek en het stikstofdrama. De Waddenzee vraagt onze aandacht met een heel cluster van zorgelijke ontwikkelingen die allemaal grote impact hebben op hoe wij leven en omgaan met dat gebied. Brede welvaart is een ondergeschoven kindje deze periode maar kan volgens GrienLinks wel eens de sleutel zijn in de belangenafwegingen die de omgevingsvisie van ons vraagt.’

Het overzicht van de financiële bijsturingen, dat de naam ‘kadernota’ moet dragen, is eerder besproken in de commissie. Helaas is het de gedeputeerde daar niet gelukt enige helderheid te geven over hoe de vele losse eindjes en tegenstrijdigheden in de verzameling brieven bij dit stuk aan elkaar geknoopt kunnen worden – ondanks het spervuur aan vragen dat is gesteld.

Charda zette haar vragen aan de gedeputeerde nog eens op een rij:
1. Wanneer is er grip op de financiële huishouding, en wanneer worden Provinciale Staten in staat gesteld om kaders mee te geven?
2. Op welke wijze zal GS zorgdragen voor een integrale belangenafweging bij de begroting?
3. En als laatste poging: hoe worden we meegenomen in de effecten van de verdere uitwerking van het Strategisch Personeelsplan?

Tijdens de behandeling van de bestuursrapportage 2024 hebben de Provinciale Staten verzocht om een meerjarige strategie voor de personele capaciteit in de provinciale organisatie. De gedeputeerde heeft in de commissie meermaals bevestigd dat het traject, zoals toegelicht in de brief over het Strategisch Personeelsplan, géén gevolgen zal hebben voor het capaciteitsbudget en budgetneutraal wordt uitgevoerd. Maar de stukken lijken op iets anders te duiden.

GrienLinks vindt dat statenleden alleen zorgvuldige en goed geïnformeerde afwegingen kunnen maken wanneer zij tijdig over de juiste informatie beschikken. En juist daar gaat het telkens nét niet goed.

Na een onbevredigende commissievergadering – waarin werd uitgelegd dat er geen geld beschikbaar is voor voorstellen van de oppositie – bleek volgens de gedeputeerde, in een artikel in de Leeuwarder Courant, wél voldoende geld te zijn voor een ‘iconisch’ project. Meerdere partijen konden deze boodschap niet rijmen. Hoe kan er in de officiële stukken sprake zijn van een tekort aan middelen en bezuinigingen, terwijl er in de krant wordt gesproken over voldoende ruimte? Weer een voorbeeld van hoe de regie wordt weggenomen bij de volksvertegenwoordiging.

Na een fel debat en onvoldoende antwoorden van de gedeputeerde kon de oppositie maar één conclusie trekken: de gang van zaken wordt flink betreurd, en er wordt te weinig inzicht gegeven in de financiële stand van zaken. Dit kwam naar voren in de (uiteindelijk verworpen) motie van treurnis.

Ingediende voorstellen
Verankering generieke subsidietoetsing (PVV) – Vraagt om bij het verlenen van subsidies structureel te toetsen aan de volgende generieke criteria: wettelijke taak, effectiviteit doelmatigheid, transparantie, neutraliteit & onpartijdigheid, kosten-batenverhouding –> verworpen met 3 stemmen voor (PVV, Van Dijk) en 39 stemmen tegen (JA21, PvdD, PBF, SP, GL, PvdA, CU, D66, VVD, Jonker, FNP, CDA, BBB)

Fries gas maximale baten (PVV) – Vraagt het college af te zien van het hanteren van een vooraf bepaalde verdeelsleutel zoals “één derde”, en als kerninzet in het lobbytraject richting het rijk te hanteren dat de financiële baten uit gaswinning in Fryslan in principe ten goede moten komen aan de Friese regio waar die winning plaatsvindt; –> Verworpen met 4 stemmen voor (PBF, PVV, Van Dijk) en 38 stemmen tegen (JA21, PvdD, SP, GL, PvdA, CU, D66, VVD, Jonker, FNP, CDA, BBB)

Subsidiedashboard (PVV) – Vraagt om een openbaar, goed vindbaar en toegankelijk digitaal subsidiedashboard te ontwikkelen dat op inteÍactieve wijze inzicht biedt in de verstrekte subsidies. –> Aangenomen met 30 stemmen voor (JA21, PBF, PVV, CU, D66, Jonker, FNP, CDA, Van Dijk, BBB) en 12 stemmen tegen (PvdD, SP, GL, PvdA, VVD)

Bouwe foar de Mienskip (BBB) – vraagt om samen met gemeente nog meer in te zetten op maatwerk oplossingen bij kleinschalige projecten vanuit de mienskip. –> aangenomen met 37 stemmen voor (JA21, PBF, PVV, GL, PvdA, CU, VVD, FNP, CDA, BBB) en 5 stemmen tegen (PvdD, SP, D66, Jonker, Van Dijk)

Geen bestedingsdrang (PVV) – vraagt het college financiële meevallers voornamelijk te reserveren voor versterking van de Vrij Aanwendbare Reserve (VAR) en slechts geld te besteden waar een wettelijke taak ten grondslag ligt –> verworpen met 3 stemmen voor (PVV, Van Dijk) en 39 stemmen tegen (JA21, PvdD, PBF, SP, GL, PvdA, CU, D66, VVD, Jonker, FNP, CDA, BBB)

Afstandsnormen windturbines (JA21) – voor windturbines op land zo snel mogelijk een afstandsnorm van tenminste vier maal de tiphoogte te implementeren binnen de daarvoor geëigende provinciale wet- en regelgeving, waaronder bv de omgevingsverordening en de provinciale omgevingsvisie. –> verworpen met 5 stemmen voor (JA21, PBF, PVV, Van Dijk) en 37 stemmen tegen (PvdD, SP, GL, PvdA, CU, D66, VVD, Jonker, FNP, CDA, BBB)

SMR locatie onderzoek deel vier (JA21) – Het eerder verzochte onderzoek naar locaties in Fryslàn voor SMR’s alsnog onverwijld uit te (laten) voeren en PS over de uitkomsten daarvan voor het einde van 2025 te informeren. –> verworpen met 8 stemmen voor (JA21, PBF, PVV, VVD, Van Dijk) en 34 stemmen tegen (PvdD, SP, GL, PvdA CU, D66, Jonker, FNP, CDA, BBB)

Herijking subsidiesystematiek koepelorganisatie FMF (JA21) – de begrote subsidie aan de Friese Milieu Federatie te herijken en – zo snel als redelijkerwijs mogelijk – voortaan in plaats van een boekjaarsubsidie, uitsluitend op basis van reguliere regelingen projectsubsidies te verstrekken. –> Verworpen met 18 stemmen voor (JA21, PVV, Van Dijk, BBB) en 24 stemmen tegen (PvdD, PBF, SP, GL, PvdA, CU, D66, VVD, Jonker, FNP, CDA)

Mee ingediend door GrienLinks
Motie van treurnis (PvdA) – constateert dat de Provinciale Staten haar kader stellende rol onvoldoende kan uitoefenen door gebrek aan informatie over de financiële huishouding waardoor het de positie en functioneren van de volksvertegenwoordiging schaadt. –> verworpen met 17 stemmen voor (PvdD, PBF, SP, PVV, GL, PvdA, D66, VVD, Jonker) en 25 stemmen tegen (JA21, CU, FNP, CDA, Van Dijk, BBB)

Verkeersveiligheid als structurele prioriteit (PVV) – GS wordt gevraagd om samen met betrokken partijen een concreet plan te maken om verkeersveiligheidsproblemen in Fryslân aan te pakken, daarvoor extra structureel geld vrij te maken, en met een passend financieringsplan te komen. –> verworpen met 13 stemmen voor (JA21, PvdD, SP, PVV, GL, PvdA, D66) en 29 stemmen tegen (PBF, CU, VVD, Jonker, FNP, CDA, Van Dijk, BBB)

Breder financieel perspectief op de reserves (PvdA) – vraagt om de Provinciale Staten uiterlijk één jaar voor de volgende verkiezingen middels een analyse te informeren over de lange termijn strategie en inzetbaarheid van de verschillende provinciale reserves en een onafhankelijk deskundige te vragen een advies te geven –> Unaniem aangenomen

Financieel perspectief (CDA) – PS minimaal 1 jaar voor de volgende verkiezingen middels een analyse te informeren over de lange termijn strategie van de verschillende provinciale deelnemingen en andere verbonden partijen –> Unaniem aangenomen

Omgevingsverordening: slechts een technische aanpassing?


Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Sinds die datum zijn alle regels die gelden voor de fysieke leefomgeving opgenomen in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening wordt nu op een aantal onderdelen aangepast en geactualiseerd. Daarvoor is nu een wijzigingsverordening opgesteld. Zo’n wijziging kost veel tijd en er moet een zorgvuldig proces worden gevolgd. Het ontwerp van deze wijzigingsverordening heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode konden zienswijzen naar voren worden gebracht. Van deze mogelijkheid is gebruik gemaakt, er zijn door 77 personen, bedrijven en organisaties 54 zienswijzen ingediend. Al deze zienswijzen zijn verwerkt in een reactienota en waar nodig zijn de voorstellen naar aanleiding van de ingediende zienswijzen aangepast.

Net zoals vele andere partijen en het college van Gedeputeerde Staten, beschouwt de fractie van GrienLinks deze wijzigingen als een technische aanpassing en kan het stuk wat ons betreft door als zijnde een hamerstuk. Echter tijdens de Provinciale Staten vergadering bleek dit niet voor alle partijen te gelden. Voordat het debat van start ging had Charda een belangrijke disclaimer voor de Provinciale Staten:

“ondanks het zeer zorgvuldige proces dat is gevolgd, worden er toch nog amendementen ingediend, welke zouden leiden tot beleidswijzigingen waarvan we de gevolgen niet overzien. Dit moeten we niet willen!”

Amendement Geen grond ongelijke behandeling
De BBB en het CDA maken namelijk bezwaar dat er onderscheid wordt gemaakt tussen biologische bedrijven en gangbare bedrijven, en willen dit met behulp van het amendement (Geen grond voor ongelijke behandeling) gelijktrekken.

In de omgevingsverordening Fryslân 2022 wordt een differentiatie gemaakt tussen grondgebonden en niet grondgebonden veehouderij. De mogelijkheden voor niet grondgebonden veehouderijen om zich nieuw te vestigen in Fryslân zijn in de verordening beperkt. Het voorstel in deze wijzigingsverordening is om niet grondgebonden biologische veehouderijen uit te sluiten van de definitie van niet grondgebonden veehouderijen. Hiermee zou het voor niet grond gebonden biologische veehouderijen wel mogelijk worden zich te vestigen in Fryslân. Voor gangbare bedrijven blijven de beperkingen bestaan. Doel van de initiatiefnemers van dit amendement is om de voorgestelde wijziging niet door te voeren en daarmee de regels voor gangbare en biologische bedrijven gelijk te houden.

GrienLinks en PvdA hebben grote vraagtekens bij dit amendement, waaronder welke gevolgen dit heeft en dan met name voor de huidige stikstofcrisis en PAS-melders. En wordt er nu wat beperkt of toegevoegd?
Gedeputeerde Knol geeft aan dat de inbreng mevrouw Kuipers van GrienLinks meer dan ‘raak’ is, en dat het qua volgordelijkheid niet juist is om beleidswijzigingen aan te brengen, welke niet ter inzage zijn gelegd.
Gedeputeerde Folkerts reageert inhoudelijk op het amendement en geeft aan dat de verruiming van biologische boeren nu niet wordt doorgevoerd. Het amendement wordt beoordeeld als oordeel staten.

Stemming: 25 voor en 15 tegen (GL, PvdA, PvdD, SP, D66, CU, D66 en FNP)

Amendement Uitbreiding kleine kampeerplaatsen
Bij de vaststelling van de eerste Omgevingsverordening op 21 september 2022 werd een uitbreiding van 25 naar 35 kampeerplaatsen opgenomen. In deze wijzigingsverordening is geen voorstel opgenomen om deze aantallen aan te passen. Echter de fractie van de BBB heeft getracht om een amendement in te dienen waarbij een uitbreiding van maximaal 45 kampeerplaatsen. Charda is namens GrienLinks benieuwd of de fractie überhaupt onderzoek heeft gedaan wat de neveneffecten zijn voor de kampeer- en landbouwsector en de omwonenden. “Deze beleidswijziging kan immers weleens grote gevolgen hebben, overziet de BBB deze wel? En waar kunnen we deze neveneffecten van uw voorstel teruglezen?”, aldus Charda. Ook CU, VVD, SP en PvdA waren kritisch over deze gang van zaken. Gelukkig kwam tijdens het debat de fractie van de BBB ook tot inzicht dat dit niet het juiste moment is om zo’n verstrekkend amendement in te dienen.

Gedeputeerde Douwstra geeft aan dat hij zijn twijfels heeft als je nu iets wijzigt aan hetgeen wordt voorgesteld of dit wel zorgvuldig is. Er ligt aan deze voorliggende wijzigingsverordening een zeer zorgvuldig proces ten grondslag. Daarnaast is onlangs in februari 2025 nog een ‘uitvraag’ gegaan naar gemeenten en sectoren, en er waren geen aanpassingen gewenst. Gedeputeerde Douwstra opperde dat het vanuit het college raadzaam is dat het proces voorafgaand een wijziging van de omgevingsverordening nog eens wordt toegelicht aan de fracties van Provinciale Staten.

Amendement: niet ingediend

Motie Weidevolgels op landbouwgrond
In de motie: Weidevogels op landbouwgrond tracht de BBB de commotie die tijdens de steatekommisje is ontstaan rondom het ‘kaartje’ (Werkingsgebied DSO) van de weidevogelkerngebieden en weidevogelparels in te beperken. Tijdens deze steatekommisje werd door de gedeputeerde De Vries bevestigd dat er geen nieuwe beperkingen voor agrarisch gebruik, inclusief schadebestrijding en faunabeheer, met zich mee brengt. Bovendien wil de BBB samen met landbouwpartijen, agrarische collectieven en BFVW onderzoeken of een wijziging van provinciaal natuurgebied naar provinciaal landschap meer draagvlak geeft. En mocht dit zo zijn, dan kan deze wijziging in de volgende wijzigingsverordening mee worden genomen.

In het debat gaf Charda tezamen met de PvdA, SP en FNP aan dat tijdens de steatekommisje de gedeputeerde De Vries meerdere malen bevestigde dat dit kaartje nieuwe (juridische) beperkingen heeft. Door deze motie nu in te dienen, zou er juist meer onrust komen, én dat is juist wat we niet willen, toch? Gedeputeerde De Vries verwijst in zijn bijdrage naar hetgeen hij heeft aangegeven in de steatekommisje en dat het kaartje geen wijziging is in het beleid. Het wijzigen van provinciaal natuurgebied naar provinciaal landschap is slechts het wijzigen van een term, en de juridische omschrijving blijft hetzelfde. Oordeel is aan de Staten.
Stemming: 30 voor en 10 tegen (GrienLinks, SP, PvdD, D66, CU en FNP)

Motie computer says no
De laatste motie is van de PvdD (computer says no), waarin wordt verzocht om in plaats van te werken met quickscans te kiezen voor het instrument passende beoordeling en dit vast te leggen in beleidsregels of een aanvulling op de omgevingsverordening. Quick scans zouden namelijk een beperkte ecologische onderbouwing bevatten en risico’s op onder rapportering van effecten met zich mee brengen. De gedeputeerde Douwstra is kort van en stof en ontraadt deze motie. Quick scan en passende beoordeling worden beide al toegepast.
Motie wordt ingetrokken.

Het finale besluit over de tweede wijziging in de omgevingsverordening: 36 voor en 4 tegen (SP, PvdD en PVV)